De glijdende schaal van de Wappie-vrijheid

0

De 5 mei herdenking ’75 jaar vrijheid’ werd recentelijk aangegrepen om een vergelijking te maken met de maatregelen ter bestrijding van Covid-19.
Echter, vrijheid, alsmede rechten en plichten spreek je in een democratie met elkaar af. Sommigen (de zogenaamde ‘wappies’), denken daar dus anders over. Is hier sprake van een glijdende schaal?


1. Vrijheid in het klassiek liberalisme:

Het samenleven binnen een sociaal contract betekent van oorsprong dat iets van persoonlijke vrijheid moet worden ingeleverd.  Grondslag is het klassiek liberale adagium:

    ‘mijn vrijheid stopt waar die van de ander begint’

Dat wil zeggen, respect hebben voor de ander, zo mogelijk vastgelegd in wetten. Door opvoeding en opleiding weet iedereen instinctief waar zijn eigen vrijheidsgrens ligt.
Zonder dit beginsel hadden de zuilensamenleving en de sociaaldemocratie uit de vorige eeuw niet kunnen functioneren, dan was er geen verzorgingsstaat geweest.

 

2. Vrijheid in het neoliberalisme:

We maken een sprongetje, met de val van de Berlijnse Muur in 1989 neemt het neoliberalisme een aanvang.  Het credo is een terugtredende overheid, privatisering, zelfregulering,  het marktmechanisme en een vrije rol van het geld. Het bracht een enorme welvaart te weeg. Als gevolg daarvan verandert in een betrekkelijk kort tijdsbestek ook de psyche van de mens, solidariteit gaat over in individualisme. Het kan en dan mag het ook. Het is nu de eigen broek ophouden, ieder voor zich. Er hoeft niet meer te worden gezorgd voor ouders of grootouders die als erfenis van de inmiddels verfoeide sociaaldemocratie zichzelf wel kunnen redden, de ander is niet meer nodig. De neoliberale mens ontstaat:

   ‘de ander moet maar aangeven tot hoever ik kan gaan’

De stereo gaat op standje max, de buurt moet maar zeggen of het te hard is. Bedenk zelf maar wat voorbeelden.

 

3. Vrijheid in het populisme:

Niet iedereen kan de snelle veranderingen bijhouden. De buurtsuper en de gulden verdwijnen, er is een tsunami van asielzoekers en via de social media wordt de fabeltjes-fuik in stelling gebracht. Velen weten het niet meer en dat zie je terug bij verkiezingen, tot 70% is zwevend. Henk en Ingrid krijgen het gevoel dat ze niet evenredig van de welvaart profiteren. Daarentegen ‘anderen’ wel en die doen dat ‘ook nog eens van mijn centen.’
Aan het begin van de 20e eeuw ontstaat het populisme. Het neoliberale ‘ieder voor zich’ verenigt zich in de psyche van ‘zij wel’ en ‘wij het volk niet’.
Het zondebokmechanisme treedt volop in werking. Wel zo handig, als de schuld bij een ander ligt, hoef je niet zelf te argumenteren of oplossingen aan te dragen. Met het populistische ‘minder minder’ krijgt ‘vrijheid’ een nieuwe dimensie:

   ‘de ander bestaat nog wel, maar wordt uitgesloten’

Dat geldt voor Marokkanen, asielzoekers, maar ook voor andersdenkende leraren. Die moeten via meldpunten worden aangegeven.

 

4. Vrijheid van de Wappies:

Het populisme lijkt een tussenstation in de glijdende vrijheidsschaal in de richting van de wappie-bubbel. Als mondkapjes en een avondklok de wappie-vrijheid in de weg zitten, wordt iedereen, de pers, de wetenschap, de democratie, de overheid als vijand gezien, zij zijn onderdeel van een complot. Het begrip ‘vrijheid’ wordt gekaapt en krijgt een nieuwe betekenis. Dat zie je terug bij de corona-protesten. Nergens wordt meer gerefereerd aan de ‘ander’, de echte slachtoffers van de pandemie. Laat staan dat er ook maar iets van rekening wordt gehouden met de druk op de zorg, of wat en wie dan ook:

   ‘de ander bestaat niet meer . . .’ 

=
Terug naar de homepage 

 

Share.

Over de auteur

Wat vind jij ervan? Laat het maar weten