Religie

Verkorte weergave paragraaf ‘Religie’ – Hoofdstuk 4 –  ‘De Evolutionaire Stempel’.

Religie heeft betrekking op zingeving, troost, zaken die een houvast geven.  
Belangrijker en daar gaat het hier over, er is een historisch maatschappelijk belang: religie had een doorslaggevende rol bij de vorming en het voortbestaan van samenlevingen. 
Met andere woorden, zonder ‘religie’ hadden wij nu niet met velen kunnen samenleven. 

Dunbars’ Number 

De mens als evolutionair voortbrengsel was van oorsprong niet uitgerust om met velen samen te leven. Althans, niet met al die miljoenen zoals in onze tijd.
Volgens de Britse wetenschapper Robin Dunbar kan een mens maximaal 150 betrouwbare contacten aan, de neocortex in de hersenen is gewoonweg te beperkt. Dat klinkt niet onlogisch, de grootte van een groep jager/verzamelaars werd van nature sowieso beperkt door omgevingsfactoren. Het met velen samenleven, laat staan miljoenen, werd evolutionair niet meegegeven.
Samenleven moet nog geleerd worden, sterker het moet telkens opnieuw worden bijgebracht, het kenmerkt de menselijke geschiedenis van vallen opstaan. 

Religie

Door de landbouw revolutie en voortgaande arbeidsdeling kon de mens zich in steeds grotere aantallen vestigen. Dat zijn fysieke voorwaarden.
Stel dat Dunbar gelijk heeft, dan is iedereen buiten de groep vertrouwelingen van 150 automatisch een ‘vreemde’. Hoe konden dan überhaupt grotere samenlevingen ontstaan? Zonder dat men elkaar de hersenen inslaat?  
In een tijd zonder boekdrukkunst, zonder onderwijssysteem, zonder pasklaar ‘organisatieconcept’, voorzag religie in een systeem van sociale regelgeving, acht van de Tien Geboden zijn leefregels. Het geloofselement, de belofte van een hiernamaals, stond borg voor naleving. In tempels en kerken vindt een permanente socialisering van leefregels plaats.
Door een gedeelde zingeving/regelgeving, kunnen nu ook ‘onbekenden’ worden vertrouwd, samenlevingen kunnen groter worden. Met religie is de continuïteit van een samenleving beter gewaarborgd, het voortbestaan is niet langer afhankelijk van een sterfelijk leider. 

De Verlichting

Vanaf de periode die wij nu de ‘Verlichting’ noemen, verliest de godsverklaring aan gezag. Het religieus vertrouwen in de medemens maakt plaats voor het klassieke liberale adagio ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Als iedereen dit onderschrijft, kan ook binnen een sociaal contract met velen worden samengeleefd. De  bijbelse Tien Geboden worden in wereldlijke wetten vastgelegd, de parlementaire democratie kan ontstaan. En als het goed gaat hoeven we niet meer naar de kerk. 

Monotheïsme 

Voor de geschiedschrijving is het verschil tussen polytheïstische en monotheïstische godsdiensten van belang. Ingeval van ‘poly’, meerdere goden, wordt de strijd tussen de goden onderling uitgevochten, een gelovige maakt daar geen deel van uit. Bij het monotheïsme, godsdiensten met één enkele god, het jodendom, het christendom en de islam, speelt de geopolitieke issue. Voor de gelovigen/uitverkorenen wordt als voorportaal op het hiernamaals aanspraak gemaakt op een wereldlijk grondgebied, het Beloofde Land, het Heilige Roomse Rijk, het kalifaat. Hier wordt een gelovige wèl bij de strijd betrokken. In eerste instantie bij de verdediging, zeker bij de handhaving en soms ook bij de uitbreiding. Het blijkt dat samenlevingen met een monotheïstische religie door wereldlijke aanspraken veelal krachtiger, machtiger en standvastiger zijn. 

Geweld en vrede op aarde 

Het monotheïstische geo-politieke aspect heeft nogal wat geweld veroorzaakt, gelovigen zijn eerder bereid de strijd aan te gaan. En soms behoorlijk fanatiek, de Kruistochten, de Inquisitie, de 80-jarige oorlog, de zegening van het koloniale tijdperk en het eigentijdse terrorisme. 
Maar bedenk, alle religies zijn in de geest vredelievend, ook de monotheïstische, dus ook de islam. Draai het om, als dat niet zo zou zijn, hadden mensen nooit kunnen samenleven. 
Religie is de stok waarop geleund kan worden; het is voor sommigen ook de stok waarmee kan worden geslagen. 

Naschrift: De actualiteit, Corona en de Bijbel

Belangrijk onderdeel van de sociale regelgeving waren van oudsher ook voedsel voorschriften, het beschermt en houdt de geloofsgemeenschap gezond. Dat kennen we wel, kosher, halal, rein, onrein. 
In het Oude Testament, Deuteronomium 14 wordt heel duidelijk beschreven wat wèl en wat nìet gegeten mag worden, dieren met gespleten hoeven, vissen met vinnen en schubben, et cetera.
Opmerkelijk deze voorzichtigheid, maar ook weer niet als je denkt aan de vermoedelijke oorsprong van Sars en nu dus Corona, in  vers 18 worden ‘vleermuizen’ met name genoemd: daar moet je van afblijven. 

Terug naar De Evolutionaire Stempel 

Terug naar de Homepage