Religie – samenvatting

0

Uit ‘De Evolutionaire Stempel’, Samenvatting van hoofdstuk 5. ‘Religie’.

Religie als sociale voorwaarde

Religie, los van een godsbegrip, voorzag de prille samenleving van een noodzakelijk sociaal systeem. Van de Tien Geboden zijn er acht simpele sociale regels. Dat was ‘de’ beslissende voorwaarde voor het ontstaan en het voortbestaan van samenlevingen.

De mens, als evolutionair product, was oorspronkelijk niet uitgerust om met velen samen te leven. Tenminste, volgens de theorie van ‘Dunbars number’. Onze neocortex in de hersenen is beperkt en kan niet meer dan pakweg 150 betrouwbare contacten aan, bekenden die je bij wijze van spreken je eigen portemonnee zou toevertrouwen. 
Als de groep groter wordt, niet iedereen kent elkaar meer, is algemeen gedragen regelgeving noodzakelijk. In een tijd zonder zonder boekdrukkunst, zonder pasklaar ‘organisatieconcept’ speelde religie een beslissende rol. Maar dan moet je religie beoordelen op het maatschappelijk belang, vergeet dus een godsbesef en een hiernamaals.

De continuïteit van een samenleving met religie, is niet langer afhankelijk van een sterfelijk leider. Maar belangrijker: door een ‘geloof’ met ‘universele’ gedragsregels konden ook onbekenden, uitstijgend boven Dunbars Number, vertrouwd worden. Dat herken ik wel, in mijn jeugd op vakantie bij onbekenden, maar wel een gereformeerde broeder in Katwijk, dus vertrouwd.
Religie zorgt voor saamhorigheid, samenlevingen kunnen nu groter worden. In tempels en kerken vindt een permanente socialisering plaats.

Vanaf de periode van de ‘Verlichting’ heeft de godsverklaring heeft afgedaan, het gaat nu om de rede, de ratio. Maar als religie minder belangrijk wordt, hoe kan dan een samenleving door ‘vertrouwen’ bijeen blijven? 
Het klassieke liberale adagio was de oplossing: ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Als iedereen dit onderschrijft, al dan niet in wetten vastgelegd, kan ook op een geseculariseerde manier met velen worden samengeleefd. 

Nog een laatste puntje. Het verschil tussen polytheïstische en monotheïstische godsdiensten heeft nogal wat gevolgen gehad voor de menselijke geschiedenis.
Ingeval van ‘poly’, meerdere goden, wordt de strijd tussen de goden onderling uitgevochten. Een gelovige maakt hier geen deel van uit, de strijd is elders. 

Bij het monotheïsme, godsdiensten met één enkele god, het jodendom, het christendom en de islam, is sprake van een geopolitieke issue. Want nu gaat het om een ‘uitverkoren’ volk op aarde met aanspraak op een wereldlijk grondgebied als voorportaal voor een hiernamaals. Denk maar aan het Palestina, het Heilige Roomse Rijk of het kalifaat. Hier wordt een gelovige wèl bij de strijd betrokken. In eerste instantie bij de verdediging en soms ook bij de uitbreiding van het wereldse koninkrijk of kalifaat. 
Het blijkt dat samenlevingen met een monotheïstische religie door die wereldlijke aanspraken veelal krachtiger, machtiger en standvastiger zijn. Gelovigen zijn eerder bereid de strijd aan te gaan. Zie daartoe ook de samenvatting ‘Terrorisme‘.

Terug naar Uittreksel

 

 

Reacties zijn gesloten.