Religie – samenvatting

0

Uit ‘De Evolutionaire Stempel’, Samenvatting van hoofdstuk 3.1.

Religie als sociale voorwaarde

Als over ‘religie’ wordt gesproken, gaat het vrijwel zonder uitzondering over geloof, zingeving, troost, dat soort zaken. 
Een geheel andere invalshoek is religie te beschouwen als een puur sociaal verschijnsel, maar dan wel los van een godsbegrip. Dan blijkt de specifieke functie bij het ontstaan en voorbestaan van samenlevingen.

Eerst even dit. De mens, als evolutionair product, was oorspronkelijk niet uitgerust om met velen samen te leven. Volgens ‘Dunbars number’ kan een mens niet meer dan pakweg 150 betrouwbare contacten aan, de neocortex in de hersenen is gewoonweg te beperkt. (wordt uiteraard verder uitgewerkt in het betreffende hoofdstuk). 

Als Dunbar gelijk heeft, hoe konden dan grotere samenlevingen ontstaan?

Hier vervulde religie een beslissende rol. Want in een tijd zonder zonder boekdrukkunst, zonder pasklaar ‘organisatieconcept’, voorzag religie in een systeem van sociale regelgeving. 
Van de Tien Geboden zijn er acht leefregels. De naleving werd afgedwongen door een ‘geloof’ in de belofte op een eeuwig leven. Religie was ‘de’ beslissende voorwaarde voor het ontstaan en het voortbestaan van samenlevingen, ook ‘onbekenden’ kunnen nu worden vertrouwd. 
Religie zorgt voor saamhorigheid, samenlevingen kunnen nu groter worden. In tempels en kerken vindt een permanente socialisering plaats.

Nog een voordeel, de continuïteit van een samenleving is met een religie beter gewaarborgd. Het voortbestaan is niet langer afhankelijk van een sterfelijk leider. 
Maar ook, samenlevingen worden gezonder door specifieke voedselvoorschriften ten aanzien van rein en onrein, gespleten hoeven, vinnen en schubben. In Deuteronomium 14 vers 18 worden onder andere ook vleermuizen genoemd. Laten we in het licht van het colonavirus zeggen dat de Bijbel niet tot heel China is doorgedrongen.

De Verlichting

Vanaf de periode die wij nu de ‘Verlichting’ noemen, heeft de godsverklaring aan gezag ingeboet. Het gaat nu om de rede, de menselijke ratio.
Het religieuze vertrouwen in de medemens maakte plaats voor het klassieke liberale adagio binnen een sociaal contract*: ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Als iedereen dit onderschrijft, eventueel in wetten vastgelegd, kan ook op een geseculariseerde manier met velen worden samengeleefd.

Monotheïsme

Nog iets, het verschil tussen polytheïstische en monotheïstische godsdiensten is belangrijk voor de geschiedschrijving. Ingeval van ‘poly’, meerdere goden, wordt de strijd tussen de goden onderling uitgevochten. Een gelovige maakt hier geen deel van uit, de strijd is elders. 
Bij het monotheïsme, godsdiensten met één enkele god zoals het jodendom, het christendom en de islam, is sprake van een geopolitieke issue. Want nu gaat het om een ‘uitverkoren’ volk op aarde. Er is dus aanspraak op een wereldlijk grondgebied als voorportaal voor een hiernamaals. Dat zijn het Beloofde Land, het Heilige Roomse Rijk en het kalifaat. Hier wordt een gelovige wèl bij de strijd betrokken. In eerste instantie bij de verdediging en soms ook bij de uitbreiding. 

Het blijkt dat samenlevingen met een monotheïstische religie door die wereldlijke aanspraken veelal krachtiger, machtiger en standvastiger zijn. Dat weten we wel. Gelovigen zijn eerder bereid de strijd aan te gaan.

Ten aanzien van de islam, zie de samenvatting van het subhoofdstuk ‘Terrorisme‘. 
Zie ook de samenvatting van het subhoofdstuk ‘Sociaal contract

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de homepage

 

Reacties zijn gesloten.