Religie

Uit ‘De Evolutionaire Stempel’  –  Hoofdstuk 5. samenvatting

Religie heeft betrekking op zingeving, troost, zaken die een houvast geven. Dat geldt vooral in tijden dat men elkaar nodig heeft, saamhorigheid ingeval van armoede en rampspoed. 
Mogelijk gemaakt door de huidige welvaart, blijven veel discussies over religie hangen in negatieve deelonderwerpen, men kan het zich permitteren. Religie zou een ballast zijn, het discrimineert, er is misbruik en bij die andere godsdienst is er sprake van terrorisme. 
Het hoofdstuk uit ‘De Evolutionaire Stempel’ dat ik hieronder enigszins heb samenvat en aangevuld, toont een andere, bredere invalshoek, namelijk de historisch- maatschappelijke betekenis. Een godsbegrip wordt daarbij even geparkeerd, dat vertroebelt het inzicht alleen maar. 

Eerst even dit

De mens als evolutionair product was van oorsprong niet uitgerust om met velen samen te leven. Althans, niet met al die miljoenen zoals in onze tijd.
Volgens de Britse wetenschapper Robin Dunbar kan een mens niet meer dan 150 betrouwbare contacten aan, voor meer is de neocortex in de hersenen gewoonweg te klein. Dat klinkt logisch, de grootte van de groep jager/verzamelaars werd van nature beperkt door omgevingsfactoren. Het met velen samenleven, laat staan miljoenen, zit van oorsprong dan ook niet in de mens, dat moet nog geleerd worden. Sterker het moet steeds opnieuw worden bijgebracht, het kenmerkt de menselijke geschiedenis van vallen opstaan. 

Religie

Door de landbouw revolutie en voortgaande arbeidsdeling kon de mens zich in steeds grotere aantallen vestigen. Stel dat Dunbar gelijk heeft, hoe konden dan überhaupt grotere samenlevingen ontstaan?
Welnu, religie had hier een beslissende rol. In een tijd zonder zonder boekdrukkunst, zonder onderwijssysteem, zonder pasklaar ‘organisatieconcept’, voorzag religie in sociale regelgeving, acht van de Tien Geboden zijn puur sociale regels. Het geloofselement, de belofte van een hiernamaals, stond borg voor naleving, in tempels en kerken vindt een permanente socialisering plaats.
Op basis van een gemeenschappelijke gedeelde zingeving en regelgeving, kunnen nu ook ‘onbekenden’ worden vertrouwd. Kortom, samenlevingen kunnen groter worden. 
Een gunstig neveneffect is dat met religie de continuïteit van een samenleving beter is gewaarborgd, het voortbestaan is niet langer afhankelijk van een sterfelijk leider. 

De actualiteit: Corona en de Bijbel

Belangrijk onderdeel van religieuze leefregels zijn specifieke voedselvoorschriften, het beschermt en houdt de geloofsgemeenschap gezond. Dat kennen we wel, kosher, halal, varkensvlees, rein, onrein. In het Oude Testament, Deuteronomium 14 wordt heel duidelijk beschreven wat wèl en wat nìet gegeten mag worden, dieren met gespleten hoeven, vissen met vinnen en schubben, et cetera.
Opmerkelijk deze voorzichtigheid, maar ook weer niet als je denkt aan de vermoedelijke oorsprong van Sars en nu dus Corona, in  vers 18 worden ‘vleermuizen’ met name genoemd: daar moet je van afblijven. 

De Verlichting

Vanaf de periode die wij nu de ‘Verlichting’ noemen, verliest de godsverklaring aan gezag. Het gaat nu om de rede, de menselijke ratio. Het religieuze vertrouwen in de medemens maakte plaats voor het klassieke liberale adagio ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Als iedereen dit onderschrijft, kan ook op geseculariseerde manier binnen een sociaal contract met velen worden samengeleefd. De tijd is rijp, de bijbelse Tien Geboden worden in wereldlijke wetten vastgelegd, de parlementaire democratie kan ontstaan. En als het goed gaat hoeven we niet meer naar de kerk. 

Monotheïsme 

Voor de geschiedschrijving is het verschil tussen polytheïstische en monotheïstische godsdiensten opmerkelijk. Ingeval van ‘poly’, meerdere goden, wordt de strijd tussen de goden onderling uitgevochten. Een gelovige maakt hier geen deel van uit, de strijd is elders. Bij het monotheïsme, godsdiensten met één enkele god, het jodendom, het christendom en de islam, is iets anders aan de hand en heel bepalend voor de menselijke geschiedenis: de geopolitieke issue. Er wordt hier voor een uitverkoren volk aanspraak gemaakt op een wereldlijk grondgebied als voorportaal voor een hiernamaals, het Beloofde Land, het Heilige Roomse Rijk en het kalifaat. Hier wordt een gelovige wèl bij de strijd betrokken. In eerste instantie bij de verdediging, maar soms ook bij de uitbreiding. Het blijkt dat samenlevingen met een monotheïstische religie door die wereldlijke aanspraken veelal krachtiger, machtiger en standvastiger zijn. Dat weten we wel, gelovigen zijn eerder bereid de strijd aan te gaan. En soms behoorlijk fanatiek. 

Geweld en vrede op aarde 

Het monotheïstische geo-politieke aspect heeft nogal wat geweld veroorzaakt, de Kruistochten, de Inquisitie, de 80-jarige oorlog, de zegening van het koloniale tijdperk en het eigentijdse terrorisme. 
Alle religies zijn in de geest vredelievend, ook de monotheïstische, ook de islam. Draai het om, als dat niet zo zou zijn, hadden mensen nooit kunnen samenleven. 
Maatregelen als grenzen dicht, minder minder, een verbod op de Koran zijn schijnoplossingen.  
Religie is de stok waarop geleund kan worden; het is voor sommigen ook de stok waarmee kan worden geslagen. 

 

Lees hier meer over de trap naar Terrorisme in relatie tot religie

Terug naar De Evolutionaire Stempel 

Terug naar de Homepage