Populisme

Uit ‘De Evolutionaire Stempel’ – H7 ‘Het neoliberalisme’
de paragraaf over populisme.

– Populisme

De ‘neoliberale mens’ is de hork in de sociale bovenlaag die uitsluitend denkt in termen van eigen voordeel, de ware populist is de onwetende ‘klager’ die vindt dat hij zelf te kort komt. Populisme* bestaat bij de gratie van onwetendheid. Een teken, of misschien wel het bewijs van een gebrek aan kennis is de kritiek op de instituties die juist de burger beschermen: een ‘nepparlement’, de ‘corrupte rechters’ en journalisten ‘als tuig van de richel’. De ‘linkse kerk’ wordt gemakshalve vereenzelvigd met alsmaar hogere belastingen en strengere regelgeving. Het stopt niet bij een gebrek aan kennis, maar wordt zelfs verheerlijkt, wetenschap dient nergens toe. Als het allemaal te snel gaat en als kennis tekort schiet wordt gemakkelijk teruggevallen op primitieve oprispingen. 

Onze huidige samenleving vereist vaardigheden die we van nature niet hebben meegekregen, zoals taal, lezen, schrijven, rekenen, plannen maken, logica, normen en waarden, solidariteit en samenleven met velen en respect voor anderen. In discussie gaan heeft veelal geen zin. Als opvoeding en onderwijs tekortschieten, wordt teruggevallen op primitieve gedragskenmerken: sociaal-darwinisme en acceptatie van ongelijkheid, een kortetermijnvisie, angst voor vreemden, territoriumdrang, vluchten in nepnieuws of complottheorieën en last but not least is er het (mannelijk) testosteron als katalysator. Een vertrouwde populistische methode is het opwekken van een wij-gevoel. Dat is zoals het uitkomt wij het volk de grootste, hetzij wij als volk het slachtoffer. Wellicht dat hier de evolutionaire angst voor vreemden een rol speelt. 

Volgers zijn meestal niet politiek actief, maar worden aangespoord door een charismatisch leider, de redder na het aanjagen van angst. Het maakt niet uit wat het gevaar is, als het maar electorale winst oplevert: de euro, de EU, de linkse kerk, de Marokkanen, de asielzoekers. Wel zo handig, de schuld ligt niet bij de populist en de ander moet het maar oplossen. 

In zijn boek ‘De ware gelovige’ beschrijft Eric Hoffer** de aard van populistische massabewegingen en de manier waarop ze de menselijke geest vervormen. Meer mensen denken dat hun leven beperkt of zelfs waardeloos is als gevolg van het feit dat de wereld onherstelbaar ‘corrupt’ is. Door de voortdurende nadruk op ‘wij, het volk’ ontstaat naast een ingebeelde macht ook een ware gelovige. En die ware gelovige hoeft in een zwart-witwereld niet te nuanceren, en dat is wel zo gemakkelijk. Niet-gelovigen zijn dan ook zwak en wegkijkers. 

Het verschijnsel ‘populisme’ treedt meestal op bij grote en snelle sociale veranderingen. Als zekerheden wegvallen wordt de hoop gevestigd op beloftes als ‘het moet radicaal anders’. Hoe het dan wèl moet, doet niet ter zake, het gaat sec om de roep om verandering, het gaat om de opwinding. Zich aansluiten bij dergelijke bewegingen doet men uit een vermeend eigenbelang, om er op den duur voordeel uit te halen. Het maakt dan ook niet uit of het gaat om een swastika, een kruisbeeld of een complottheorie. Hoffer constateert dat aanhangers politiek inwisselbaar zijn. Let wel, hij schreef dit net na de Tweede Wereldoorlog. Stonden in het vooroorlogse Duitsland communisten en nazi’s als vijanden tegenover elkaar, toch vond er een uitruil van sympathisanten plaats. Hetzelfde zie je in Nederland. De PVV en de SP zijn elkaars ideologische tegenpolen, toch is er een uitwisseling van aanhangers. 

Volgens Hoffer zijn de leiders van dergelijke massabewegingen voor het merendeel gefrustreerde intellectuelen. Dat is nogal bruut gezegd, maar inderdaad speelt ook hier in het populisme de hoeveelheid testosteron een rol. Het gaat erom wie het zegt, niet wàt er wordt gezegd. In gedachten zie ik filmpjes van een zelfvoldane Mussolini, Trump met zijn uitspraak ‘Grab ‘m by the pussy’ en Poetin te paard met ontbloot bovenlijf. In Nederland verschenen foto’s van een naakte politiek leider (FvD) op de rand van een zwembad. 

——-

Noten:

*Populisme. [Wikipedia] Het woord komt van het Latijnse ‘populus’, ‘volk.’ Van de 2e tot de 1e eeuw v.Chr. was er in Rome in de senaat een politieke fractie die zich populares noemde. Zij waren tegen de conservatieve senatoren, de optimates, de patriciërs en de nobele plebejers. De term kwam via Frankrijk in Nederland terecht. Populisten zeggen in naam van het volk te spreken. Het slaat op een politieke stijl, eerder dan op een ideologie. Het gaat uit van de ‘onderdrukking’ van de bevolking door een elite en streeft naar een samenleving waar het volk de staat beheert. Hierbij refereert het aan de economische en sociale status van de ‘gewone man.’ Enkele kenmerken:

  1. Het volk staat op een voetstuk en aan zijn wil wordt constant gerefereerd.
  2. De focus is op (vermeend) onrecht(en).
  3. Het populisme zet zich af tegen representatieve politiek. Er is afkeer van andersdenkenden, gevestigde partijen.
  4. Veelal zijn volgers niet politiek actief, maar worden gemobiliseerd door een charismatisch leider.
  5. Een beroep op eenheid, homogeniteit en vaderlandsliefde.


**Eric Hoffer
 (1898 – 1983) van Duitse afkomst, woonachtig in de USA. In 1951, kort na WO II schreef hij ‘The True Believer: Thoughts on the Nature of Mass Movements.’ Hoffer was bezorgd over de ontwikkeling van totalitaire regimes, met name die van Adolf Hitler en Joseph Stalin. Hoffer argumenteerde dat fanatiek extreme bewegingen onder voorspelbare omstandigheden kunnen ontstaan. Zelfvertrouwen, gepaard gaande met het gevoel van tevredenheid over het eigen leven, is van cruciaal belang voor een individueel psychologisch welzijn. Zijn uitgangspunt is het gebrek hieraan. Namelijk als steeds groter wordende aantallen mensen in toenemende mate geloven dat hun eigen leven eigenlijk waardeloos is en dat de omgeving, de wereld, onherstelbaar corrupt is. De enige hoop bestaat uit het toetreden tot een grotere groep die radicale veranderingen belooft.

Hoffer betoogde ook dat het verleggen van de aandacht naar de ‘buiten’-wereld een poging was om het gebrek aan betekenis in het eigen leven te compenseren.
Zijn boek gaat zowel over politieke als religieuze massabewegingen. In zijn optiek zijn de leiders van massabewegingen dikwijls gefrustreerde intellectuelen. Dat is zeker waar in het geval van Hitler en Stalin. Daarnaast merkt Hoffer op dat dergelijke massabewegingen in hoge mate inwisselbaar zijn: in het Duitsland van de 20/30’er jaren stonden Communisten en Nazi’s als vijanden recht tegenover elkaar, maar desondanks vond er een uitruil van sympathisanten plaats. Zijn verklaring is dat het in wezen gaat om gemarginaliseerde boze mensen. (Wikipedia)
==

Terug naar:

De Evolutionaire Stempel

Homepage