Preview H 6.2: Ongelijkheid, onze erfenis

0

Preview uit Hoofdstuk 6 ‘Naar onze tijd’. 
Daarvan subhoofdstuk 6.2 ‘Ongelijkheid, onze erfenis’, een samenvatting van het onderdeel over kolonialisme.

Centrum periferie

De periode van de koloniale wereldrijken ligt nog maar 50 jaar achter ons. De uitbuiting, nog niet gestopt, heeft voor een moeilijk overbrugbare kloof tussen arm en rijk gezorgd. Als ik hier in discussies op wijs, is steevast de reactie dat die koloniale periode te lang geleden is en nu niet meer van invloed is. De evolutionaire korte termijn visie doet hier zijn werk, je hoeft je niet af te vragen hoe onze enorme rijkdom ooit tot stand is gekomen. Het verleden doet er kennelijk niet meer toe, we leven nu. Wel zo gemakkelijk. Een dergelijke ontkenning vertroebelt het denkvermogen en maakt de weg vrij voor het type ‘massamens’, zoals beschreven door Ortega y Gasset (48). Helaas: de rijkdom van Nederland en van vele andere westerse landen zijn niet los te zien van het koloniale tijdperk.

Vanaf ongeveer 1500 stichten de Europese landen wereldwijd handelsposten. Uiteindelijk groeien veel van deze gebieden na 1800 uit tot formele koloniën. Voor Nederland waren dit uiteindelijk het huidige Indonesië, Suriname en enkele eilanden in het Caribisch gebied. Het is een periode van een langdurig en eenzijdig uitbuitingsproces. Er wordt voornamelijk gehaald en afgeroomd (het cultuurstelsel!) met geen of nauwelijks investeringen in het onderwijs of infrastructuur.

Andre Gunder Frank (68), Duits-Amerikaans historicus en socioloog, heeft een interessante visie op deze ongelijkheid en afhankelijkheid. Als wij spreken over ‘de arme landen’ dan bedoelen we de ‘ontwikkelingslanden’, de eerdere koloniën. Een dergelijke aanduiding is volgens Frank niet correct, er is namelijk helemaal geen sprake van ontwikkeling, eerder van achteruitgang. Het is daarom beter te spreken van ‘onderontwikkeling’. En die ‘onderontwikkelde landen’, komen steeds meer op achterstand door een voortgaand eenzijdig afstaan van zowel grondstoffen als kapitaal richting het moederland. De rijkdom van de één is de armoe van de ander. De ontwikkeling van het moederland had de onderontwikkeling van de kolonie tot gevolg. En die achterstand is moeizaam of niet in te halen. 

Frank noemde dit de ‘centrum-periferie’-relatie. In het centrum ontstaat opeenhoping van rijkdom, daar ligt de macht, daar zijn de middelen, daar is de kennis. Deze afhankelijkheid, blijft ook na de veel te snel verworven zelfstandigheid in stand. Er was dan ook geen voorbereiding voor de inrichting van de nieuwe natie, onvoldoende scholing, geen democratische instituties, geen doelmatig overheidsapparaat. Het moederland gunstig gezinde dictatoriale regeringen werden in het zadel gehesen, aldus bleef de eenzijdige stroom naar het oude moederland in stand. 

Maar ook erger. Er ontstond nu ook een binnenlandse centrum-periferie-afhankelijkheid. De nieuwe leiders, opgeleid en getraind in het centrum van het moederland, de periferie wordt vanuit de nieuwe hoofdstad voor persoonlijk gewin nog verder leeggezogen. Politieke macht blijkt de ideale toegang tot persoonlijke rijkdom. Leiderschap wordt synoniem met zelfverrijking, helaas in veel landen nog steeds het geval, sommige leiders kunnen maar moeizaam afstand van het pluche doen. Recent nog weigerden in diverse Afrikaanse landen presidenten na hun formele periode de macht over te dragen. 

Afrika is in potentie rijk. Na jaren van onafhankelijkheid is er inmiddels een redelijk opgeleide arbeidsbevolking. Toch leven velen in armoede en nog steeds worden bodemschatten aan het continent onttrokken. In 2015 ontvingen Afrikaanse landen aan leningen, persoonlijke overmakingen en hulp in de vorm van giften een bedrag van 161 miljard dollar. Daarentegen vloeide 203 miljard dollar weg via bedrijven die winst wegsluizen, door illegale transacties, maar ook door de rest van de wereld opgelegde kosten onder andere om klimaatverandering tegen te gaan (www.globaljustice.org.uk).

In het Midden-Oosten hetzelfde verhaal. Ook hier kwamen goed gezinde vazalregeringen aan de macht, het westen kon blijven profiteren van de olie. Het moet gezegd, de opdeling van het Midden Oosten in het Sykes-Picot verdrag na de eerste Wereldoorlog, had een desastreuze uitwerking. 

De keuze van het oorspronkelijke moederland om niet of nauwelijks te investeren in onderwijs en infrastructuur, begint in een globaliserende wereld aardig op te breken. Als dan ook economische investeringen achterblijven ontstaat werkloosheid en uitzichtloosheid. Het werkt als een optelsom. Het gebrek aan democratisch besef bij de bevolking, zeg maar de noodzakelijke ‘verlichting’ in de woorden van de Tocqueville, leidde tot het volledig mislukken van de Arabische lente. En als machthebbers er geen belang bij hebben om de bevolking goed op te leiden en voor te bereiden op democratie, ja, dan treedt de ‘trap naar terrorisme’ (61) in werking, onvrede vindt geen uitweg, jongeren gaan radicaliseren. Over het jihadisme meer in een later hoofdstuk. Gevolg is helaas chaos en migratiestromen. 

Overigens, de centrum-periferiegedachte is niet per se beperkt tot de vroegere koloniën. Ook binnen westerse landen is sprake van economische afhankelijkheid. Een interne Nederlandse centrum-periferie-relatie was de exploitatie van kolen in Limburg. De ouderen onder ons weten het nog wel, Limburg stond in het aardrijkskundeboek omschreven als een wingewest. De beslissingen kwamen uit Den Haag, de opbrengsten gingen ook naar Den Haag. En recentelijk gebeurde hetzelfde met het aardgas in Groningen. We zien het ook in andere landen, Vlaanderen versus Wallonië, het arme zuiden en het rijke noorden van Italië, het arme oosten en rijke westen in Duitsland. Binnen de EU is men zich zeer bewust van het achterblijven van perifere gebieden, voor het bevorderen en ontwikkelen van de infrastructuur in perifere zones zijn er diverse aparte potjes. Een Europese reiziger naar buitengebieden zal dat aan de hand van de vele projecten aanschouwelijk beamen. 

De centrum-periferie gedachte van Frank toont nog eens aan dat een (te) ongelijke ontwikkeling binnen een gemeenschappelijke markt, zeer onwenselijk is. Dat principe geldt niet uitsluitend voor regio’s of binnen een samenwerkingsverband als de EU, maar de hele wereld. Immers, door globalisering zitten we met zijn allen in hetzelfde schuitje, we zijn allemaal onderdeel van dezelfde neoliberale context. 

Als verregaande ongelijke ontwikkeling van bepaalde gebieden tot problemen leidt en daarom ongewenst is, zal er ook de voorhand toch iets gedeeld moeten worden. En dat is een probleem, hier ontstaat weerstand. Vanuit neoliberaal en populistisch standpunt begrijpelijk, want wat hebben wij te maken met de zwakke broeders? Die moeten maar voor zichzelf zorgen. En daarbij, als het echt om de portemonnee gaat, wordt zo’n beetje het hele Nederlandse volk weer kolonisator en roept: ‘Geen cent naar Griekenland.’ Is dat hetzelfde als ‘geen cent naar Groningen?’ 

Terug naar Uittreksel

%d bloggers liken dit: