Kenmerken

Hoofdtuk 4  Evolutionaire kenmerken – samenvatting

(Leestijd 10 min)
Hieronder volgt een weergave van Hoofdstuk 4. (leestijd ca 10 min)

– Leven
Het doel van de evolutie omschreef ik als tweeledig: het is leven, maar ook voortleven. Het ‘leven’ heeft betrekking op het individu, de mens, de dagelijkse overlevingsstrijd; het ‘voortleven’ gaat over het voortbestaan van de soort, de mensheid. Dat zijn twee verschillende dingen, individueel belang valt lang niet altijd samen met een algemeen belang. 

Hierboven heb ik het gehad over het voortleven van de soort, de mensheid, de mutatie van het geheugen. In dat kader heb ik het ook gehad over breinstapeling en het feit dat de mens met een rationeel brein kan nadenken, reflecteren en er wat moois van maken. Dat gebeurt ook wel, maar zo nu en dan vliegt men elkaar in de haren. Maar waarom? Kennelijk conflicteert het individueel belang met een algemeen belang, dat valt lang niet altijd samen. In dat opzicht heeft Dunbar gelijk, het samen leven met velen in een algemeen en gezamenlijk belang is evolutionair niet meegegeven. Samenleven met velen is ‘nurture’, het moet geleerd worden, telkens opnieuw. En daarbij, alsof de onderliggende laag van het zoogdierenbrein (nog) niet volledig is afgedekt, komen zo nu en dan op individueel niveau de typische kenmerken van de overlevingsstrijd bovendrijven: ‘ik heb maling aan de rest.’ Dat is wat ik aanduid als ‘de evolutionaire stempel’. In dit hoofdstuk beschrijf ik een zestal primitieve gedragsuitingen. Het hadden er overigens evenzogoed twee kunnen zijn, want met de eerste, ongelijkheid en (het als laatstgenoemde) testosteron is sowieso al een heel groot deel van het menselijk gedrag te verklaren. We leven in een tijd van populisme en complottheorieën, ter nuancering heb ik er een viertal onderling samenhangende karaktereigenschappen tussengevoegd. Ik ga ze heel kort één voor één aanstippen. 

– 1e kenmerk: Ongelijkheid
Het eerste kenmerk is ‘ongelijkheid’ en weer moet ik ter verduidelijking terug in de tijd. Na de Grote Knal, de vorming van ons heelal, nemen evolutionaire processen een aanvang. In het ongestructureerde gevecht om het bestaan is in principe alles geoorloofd. De evolutionaire strijd om leven (dus niet het overleven) impliceert niet alleen ongelijkheid, maar veroorzaakt het ook. Als dan ergens op de tijdlijn de mens op het toneel verschijnt en geschiedenis gaat schrijven, wordt na de introductie van bezit deze biologische ongelijkheid doorgetrokken naar een door mènsen gecreëerde sociale ongelijkheid. Over de introductie van bezit straks meer bij de behandeling van de Landbouw Revolutie.
Sociale ongelijkheid is in de meest simpele vorm te omschrijven als een gevolg van ongelijke verdeling. Dat zijn in de eerste plaats materiële zaken, de strijd om schaarse goederen. Van oudsher is dat het gevecht om voedsel en veiligheid; in onze tijd is dat bezit.
Er is ook een immaterieel element, namelijk de strijd om de toegang tot al die materiële zaken, opleiding, machtsuitoefening, politiek, beïnvloeding, social media, uitsluiting en zelfs discriminatie. Ze komen straks allemaal nog aan bod.
Ongelijkheid, de mens, de mensheid heeft het er nog steeds moeilijk mee.

– 2e kenmerk: Planloosheid
Een treffende uitspraak van Stephen J. Gould (1) wil ik je niet onthouden: ‘Als je de film van de evolutie terugspoelt en opnieuw afdraait, zal de uitkomst telkens anders zijn.’ Het is een rake typering, de menselijke samenleving had net zo goed de richting van de vliesvleugelen op kunnen gaan, of zoals Descartes, het bedoelt, dat ‘ik’ op deze manier besta, is ‘toeval’.
Evolutie heeft weliswaar een doel, leven en overleven, maar (zoals we weten) er is geen blauwdruk.
Het tweede kenmerk is ‘planloosheid’. Ook hier, het maken van plannen had de primitieve mens niet nodig, voedselvergaring en overleving waren intuïtieve aangelegenheden. Het evalueren en anticiperen, het maken van plannen was iets geheel nieuws, dat moest vanaf de mutatie van het geheugen nog geleerd worden. Maar er is meer, planloosheid impliceert ook ‘normloosheid’. Denk maar even mee, als er geen plan is, kan een resultaat niet worden beoordeeld in normatieve termen als voldoende, goed of slecht, er kan geen cijfer worden gegeven. Op de vraag ‘wat ìs dan goed of slecht?’ kan de ‘planloze evolutie’ geen antwoord geven; een dergelijke normatieve aanduiding hangt af van de smaak en opmaak van een door mensen opgetuigde en op dat moment heersende cultuur. 

– 3e kenmerk: Kortetermijnvisie
Reflecteren, evalueren en vooral anticiperen veronderstelt het hebben van een idee of mening over de toekomst. Hoe zat dat ooit bij de primitieve mens? Ingeval van leven en overleven ligt de prioriteit bij de eerstvolgende maaltijd. Bij gebrek aan een koelkast of vriezer, had men een visie van hooguit enkele dagen. De eigenschap ‘termijnplanning’ hoefde in evolutionair opzicht in een ongestructureerde en planloze situatie niet te worden meegegeven, het was niet nodig. Het derde kenmerk is de ‘kortetermijnvisie’. Het gaat hand in hand met de hierboven genoemde planloosheid.
Door de mutatie van het geheugen en de introductie van de landbouw verandert er wel wat. De korte termijnvisie van enkele dagen moet worden opgerekt, het gaat nu om groeiseizoenen, het worden enkele maanden tot enkele jaren. Vanaf de Industriële Revolutie wordt het toekomstperspectief verder verschoven naar ongeveer dertig jaar, de economische levensduur van door mensen ontworpen infrastructurele werken. Zeg maar de duur van een hypotheek, langer is in een neoliberale context niet nodig.
Echter, de menselijke expansie, het leven loopt inmiddels tegen grenzen aan, het voortleven, het leefgebied komt in gevaar, de evolutionair meegegeven kortetermijnvisie gaat lelijk opbreken. Het verschil tussen het individuele ‘leven’ en het  ‘voortleven’ van de soort is goed te zien bij discussies over de klimaatproblematiek. Alsof de neocortex het niet kan bevatten gaat het zoogdierenbrein via de kortetermijnvisie over in standje kortzichtigheid. Ik kan hier (mei 2021) met de jongste revisie nog aan toevoegen, hetzelfde geldt ook en misschien nog wel sterker voor de COVID-19 pandemie.
Een lezer dient te beseffen dat het begrip ‘visie’ niet uitsluitend betrekking heeft op vooruitkijken. Reflecteren, evalueren en anticiperen impliceert een complementair leerproces, er is een link met het verleden. Helaas heeft de neoliberale massamens daar veelal geen boodschap aan. De focus ligt voornamelijk bij de waan van de dag, hooguit morgen, gisteren al helemaal niet. Bepalende gebeurtenissen, zelfs uit een zeer recent verleden, kent men niet of worden af geserveerd als zijnde niet ter zake. En er zijn nog wat dingetjes. Een grote vergissing, onze samenleving kan alleen maar begrepen worden aan de hand van eerdere gebeurtenissen. Dat is de sociogenese, de sociale erfelijkheidsleer. Helaas beperkt de evolutionaire kortetermijnvisie zo nu en dan het denkvermogen. 

– 4e kenmerk: De mens als vluchtdier
In de natuur is het eten om gegeten te worden, in die cyclus zat ook ooit de primitieve mens gevangen. Om te overleven moest hij voortdurend bedacht zijn. Zonder klauwen, pantser, of schutkleuren is het bij dreiging zo snel mogelijk wegwezen, op de vlucht slaan dus, in de strijd om het bestaan een essentiële eigenschap. Echter, de moderne mens leeft niet meer in de natuur, in de relatief veilige westerse wereld loopt hij meer kans verkeersslachtoffer te worden. Er is sowieso steeds minder fysiek geweld, cijfers wijzen dat uit. De afgelopen 75 jaar kon geweld weliswaar niet volledig worden uitgesloten, maar kon in vergelijking met een niet al te ver verleden tot een minimum worden teruggebracht. Wij worden inmiddels beschermd door wetten, het geweldsmonopolie ligt bij de overheid.
Het gevaar manifesteert zich niet meer fysiek, het gevaar komt nu tot ons in de vorm van dreigend nieuws. Het zijn alarmerende boodschappen die ons doen ‘vluchten’. Het zijn de onheilspellende berichten dat onze verworvenheden gevaar lopen door de islamisering, een tsunami van asielzoekers en andere zondebokken. Het primitieve vluchtgedrag blijkt nog volop aanwezig in de ‘rationele’ mens; maar anders. Niet meer de biologisch sensorische vlucht- of vechtrespons, echter de reflex om hoe dan ook direct te reageren is nog volop aanwezig, bij gevaar moet er op zijn minst ìets gedaan worden. Een mogelijkheid is het afgeven van een alarmsignaal, anderen waarschuwen; en dat doen we,  delen op Facebook en Twitter. Overigens, elkaar waarschuwen is in evolutionair opzicht voordeliger dan meteen maar vechten. Dieren doen dat ook. Ik kom er later bij de behandeling van gedragstheorieën op terug hoe in ons brein dit het categoriseren en associëren werkt. 

– 5e kenmerk: Angst voor vreemden
Volgens Dunbar’s Number (26) kan een mens maximaal zo’n 150 anderen echt vertrouwen. Het 5e kenmerk is een ‘angst voor vreemden’. Dat kan overigens ook een angst voor ‘het vreemde’ zijn. Een minieme nuancering van het begrip ‘angst’ is op zijn plaats. De mens is van nature nieuwsgierig, ook dat is evolutionair meegegeven. Uitproberen, ontdekken hoe het beste te overleven, het is een gecontroleerde nieuwsgierigheid, zoals een hond voorzichtig is met een slang. Gelukkig maar, een terughoudende nieuwsgierigheid is nodig om vooruit te kunnen.
De ‘angst voor vreemden’ zoals hier bedoeld heeft betrekking op onbekenden buiten Dunbar’s kringetje van 150, het is dus een samenlevingsprobleem.
Dit evolutionair meegegeven ‘maximum’ kon worden doorbroken door religie en het ‘sociaal contract’ van het klassieke liberalisme, een gezamenlijke overeenstemming gaf rust. Wij leven inmiddels in een hectische globaliserende wereld, er komen veel vreemden op ons pad, lieden met een ander geloof, een andere huidskleur, een andere ideologie, een andere seksuele voorkeur. Als dan eerdere zekerheden verdwijnen, de gulden, de kerk, de bowlingclub, de bakker op de hoek is het moeilijk dealen met al die snelle veranderingen, de neocortex is er niet op berekend. 

– 6e kenmerk: Testosteron, de katalysator
Als eerste individueel gedragskenmerk noemde ik ongelijkheid. Dit element werkt door in de daarna genoemde en onderling samenhangende kenmerken, planloosheid, normloosheid, kortetermijnvisie, vluchtgedrag en een angst voor vreemden. De verworvenheden van het rationele brein hebben zo nu en dan moeite met de verwerking van deze primitieve reflexen. Een ‘vlucht’ in het populisme en zelfs in complottheorieën ligt op de loer. Het lijkt een terugkeer naar het animisme, het zien van verklaringen in dingen, in personen die er rationeel geredeneerd niet zijn; in het hoofdstuk hierna meer daar over.
Daar komt nog iets bij. Negativiteit wordt door de algoritmes in de social media nog eens versterkt, slecht nieuws wordt minstens vijf keer vaker gedeeld dan conventioneel nieuws. Waarschijnlijk is het meer; tien keer? Met die publiciteitsfactor in het voordeel van de negativiteit moet de moderne mens wel sterk in zijn schoenen staan, op zijn minst een termijnvisie hebben. Kwestie van opleiding? 

De drang om te leven en te overleven wordt ingegeven door het geslachtshormoon, het ‘testosteron’. Reptielen hebben het, zoogdieren hebben het, mensen ook. Dit voornamelijk mannelijk hormoon manifesteert zich in de leeftijdscategorie tussen pakweg de 15 en 50 jaar, de evolutionaire stempel is hier zichtbaar aanwezig. Mannen in de productieve periode van hun leven hebben grotendeels onze samenleving gevormd. Zij bevaren de wereldzeeën, nemen risico, voeren strijd, nemen de leiding. Het is zoals Darwin het stelde, de slimsten, de sterksten kunnen zich beter aanpassen en zijn zo beter in staat hun genen door te geven aan volgende generaties. Uitstijgend boven het individuele haantjesgedrag, zijn dominante mannen goed in staat de eigen groep te beschermen.
De positieve uitwerkingen zijn talrijker en belangrijker, het droeg bij aan ons voortbestaan. Daarentegen wordt testosteron ook geassocieerd met machogedrag, agressiviteit en dominantie, de negatieve kant. Het kan dus ook fout gaan, het testosteron is zowel de algemene deler voor de nazipraktijken in WO II, het gedrag van de noord Afrikanen in Keulen op oudejaarsavond, de voetbalhooligans in Rome, de #MeToo daders als ook de wandaden van de Islamitische Staat. Alleen is het waarom, de motivatie, telkens anders. De oorzaak van goed of slecht gedrag hangt af van omgevingsfactoren, de ‘nurture’, de betreffende woonwijk, opvoeding, opleiding, foute vrienden en ideologie, we zien het straks bij de gedragstheorieën.
Het testosteron werkt gelukkig meestal goedschiks, soms ook kwaadschiks. In beide gevallen, afhankelijk van omgevingsfactoren fungeert het als katalysator. Deze versterkende werking geldt voor alle in deze paragraaf genoemde evolutionaire kenmerken. In het algemeen kun je zeggen dat de kwaliteit van een samenleving is af te meten aan de mate waarin met name- het testosterongedrag gekanaliseerd is. 

– Steenbergen
De beelden zullen weinigen zijn ontgaan die inspraakavond in Steenbergen ergens in oktober 2015. De gemeente poneert een plan voor de opvang van 600 asielzoekers. Nadat iemand zich hakkelend had uitgesproken tégen het opnemen van vluchtelingen, want dat zijn verkrachters, dat zijn criminelen, dat zijn moslims die spugen op niet moslims, hield een dame een betoog vòòr de komst van asielzoekers. Even later klonk het uit vele mannenkelen ‘daar moet een piemel in’.
Misschien ietwat gechargeerd, deze gebeurtenis laat onverholen de zes kenmerken van de evolutionaire stempel zien, een terugval van het rationele mensenbrein op het zoogdierenbrein.
De sociale ongelijkheid is evident, het is ‘wij’ de meerderen versus ‘zij’ de asielzoekers die niet aan ‘ons’ kunnen tippen. Het niet kunnen of zelfs willen plaatsen van het fenomeen asielzoekers in het bredere perspectief van oorlogsleed of zelfs het kolonialisme, getuigt van een kortetermijnvisie. Dit leidt tot kortzichtigheid en afwijzing, als ze niet komen is het probleem toch opgelost? Een alternatief ligt buiten het gezichtsveld, de planloosheid is evident. En dat gaat weer samen met normloosheid, tenminste, ik vind het ‘daar moet een piemel in’ ten opzicht van een enkele weerloze dame behoorlijk grensoverschrijdend. De asielzoekers zijn niet van hier, het zijn onbekenden met een ander geloof die achter onze dochters aan gaan, dat is bedreigend, het is de angst voor vreemden. Fysiek vluchten is geen optie, zeker niet als je in Steenbergen woont. Maar er moet iets gedaan worden, vluchtgedrag gaat over in de ander waarschuwen, in dit geval gezamenlijk luidruchtig afwijzen.
Impulsief gedrag kan niet worden beheerst, de omgevingsfactoren doen het testosteron niveau stijgen, inderdaad, het waren allemaal opgewonden mannen in de productieve periode van hun leven.
=

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar De Evolutionaire Stempel