Kenmerken

Hoofdtuk 5  Evolutionaire kenmerken

– Ongelijkheid Het eerste te noemen kenmerk is ‘ongelijkheid’. Het is een fenomeen waar de mensheid nog steeds mee worstelt. Waar komt die ongelijkheid toch vandaan? Ook hier is de methode van de sociogenese verhelderend, we moeten dan wel zo’n 4 miljard jaar terug naar het moment waarop het aardse leven een aanvang neemt; op de jaarkalender is het eind augustus. In de ongestructureerde overlevingsstrijd is alles geoorloofd en dat gevecht impliceert niet alleen ongelijkheid, maar veroorzaakt het ook. Het is ongelijkheid die inherent is èn direct voortkomt uit de harde strijd om het bestaan. De beelden kennen we wel, dieren die als eerste in de rangorde van de prooi mogen eten, zij zijn sterker en/of slimmer. Het is niet onlogisch, ongelijkheid ligt besloten in de levensdrang, in de dagelijkse overleving. Het hemd is altijd nader dan de rok.  Op oudejaarsavond verschijnt de mens op het toneel en gaat meedoen. Met het inmiddels verkregen rationeel brein gaat dat op een andere manier, er worden zekerheden ingebouwd, het overleven dient te worden veilig gesteld. Door de Landbouwrevolutie weet de mens zich te onttrekken aan de evolutionaire willekeur en is in staat de voedselvoorziening voor een komende periode zeker te stellen. En dat is de ommekeer, het wordt nu een totaal andere strijd. De accenten worden verlegd, het overleven richt zich niet zozeer op het gevecht om als eerste te mogen eten, nu gaat het om voedselzekerheid, ’bezit’ van het stukje landbouwgrond wordt nu cruciaal. En dat heeft maatschappelijke gevolgen. Bekijk het in een groter perspectief, de toegang tot bezit, de bescherming en uitbreiding daarvan, met  als gevolg machogedrag, macht, dwang, beïnvloeding. Een volgende stap is dan snel uitsluiting, intimidatie, geweld, discriminatie, misschien wel racisme. De meegegeven evolutionaire biologische ongelijkheid wordt aldus geprojecteerd op een door mènsen gecreëerde sociale ongelijkheid. Ongelijkheid zit dus in de mens, het is onderdeel van het biologische overlevingsinstinct en door een neiging de eigen positie zeker te stellen, ook aanwezig in het rationeel menselijk brein. Het draait nu om bezit, met als drijfveer hebzucht. Bezit en dus ook hebzucht, hebben altijd, zeg maar per definitie, te maken met anderen. Indien sociale ‘ongelijkheid’ niet wordt begrepen, hetzij onvoldoende wordt gecorrigeerd door opvoeding, opleiding en omgevingsfactoren, kunnen problemen ontstaan. Ongelijkheid, we hebben het er nog steeds moeilijk mee, het is de golfslag van de geschiedenis.  – Planloosheid; normloosheid en ontbreken van logica Een treffende uitspraak van Stephen J. Gould1 wil ik je niet onthouden: ‘Als je de film van de evolutie terugspoelt en opnieuw afdraait, zal de uitkomst telkens anders zijn.’ Met andere woorden, de menselijke samenleving had net zo goed de richting van de vliesvleugelen op kunnen gaan. Evolutionaire processen zijn ongestructureerd, het is schieten met hagel, er is geen plan, overleving was dan ook een intuïtieve aangelegenheid, het maken van plannen werd evolutionair niet meegegeven. De nu wikkende en wegende mens heeft om voedsel te verbouwen niet alleen een vooruitziende blik nodig, maar ook een plan. Het is in feite een kwestie van ‘logica’, maar ook rationeel denken moet via nurture worden bijgebracht. Het tweede kenmerk is ‘planloosheid’. Echter, planloosheid impliceert een tweetal andere zaken. Ten eerste is dat ‘normloosheid.’ Denk maar weer even mee, als er geen plan is, kan een resultaat niet worden beoordeeld in normatieve termen als voldoende, goed of slecht, er kan geen cijfer worden gegeven. Evolutionaire processen kennen sowieso geen oordeel, geen ‘goed of slecht’, dat zijn allemaal menselijke interpretaties. Ook daar hebben we het zo nu en dan moeilijk mee, want wat voor de één acceptabel is, is een ‘no go’ voor de ander. Een discussie over moraliteit en ethiek ga ik hier niet voeren, dat laat ik graag aan anderen over.  Ten tweede betekent planloosheid automatisch de afwezigheid van logica. Het begrip logica komt in evolutionaire processen niet voor, het is bij uitstek het domein van de nurture.  – Kortetermijnvisie Met die evolutionaire ‘planloosheid’ ben ik nog niet echt klaar, het impliceert namelijk ook een kortetermijnvisie. Het sensorisch brein van zoogdieren reageert uitsluitend op de directe impulsen. Er is geen verleden, er is geen toekomst, er is slechts het ‘ik leef nu’. Een rationeel brein kan daarentegen wel reflecteren, evalueren en vooral anticiperen. Het maken van plannen veronderstelt leren van het verleden met uitzicht op de toekomst, een visie. Hoe zat dat ooit bij de primitieve mens? Voor het overleven lag de prioriteit bij de eerstvolgende maaltijd en bij gebrek aan een koelkast of vriezer was dat een dagelijkse handeling, als je honger hebt ga je eten, jagen of bessen plukken en direct consumeren. Een vooruitziende blik hoefde in een ongestructureerde en planloze situatie niet te worden meegegeven, simpel, het was niet nodig. Het derde kenmerk is een ‘kortetermijnvisie’, het gaat naadloos samen met planloosheid. Echter, door de mutatie van het geheugen en een alsmaar voortschrijdend inzicht, verandert er ten aanzien van de lengte van de termijn wel iets. Door de introductie van de landbouw werd een toekomstperspectief gelijk al opgerekt naar groeiseizoenen. Zo vanaf de Industriële Revolutie gaat de termijnvisie samenvallen met de kwaliteit van onroerend goed en wordt verlengd tot dertig jaar, de duur van een hypotheek. Een dergelijke periode is weliswaar een financieel aanvaardbaar maximum, voor het menselijk voortbestaan is het zwaar onvoldoende. Het kan lelijk opbreken, ik zie het bij de corona- en klimaatdiscussies, het kortetermijndenken gaat daar vrij snel over in standje kortzichtigheid, alsof de neocortex het niet kan bevatten.  Het begrip ‘visie’ werkt twee kanten op, het heeft weliswaar automatisch betrekking op een toekomst, maar dat kan is pas goed mogelijk als ook van het verleden geleerd wordt. Weten waar je zelf staat op de tijdlijn van de geschiedenis is toch wel handig. Reflecteren, ofwel terugkijken in de tijd is welhaast noodzakelijk, maar het lijkt alsof de neoliberale massamens daar steeds minder een boodschap aan heeft. Bepalende gebeurtenissen uit zelfs een zeer recent verleden, kent men niet, worden ontkend of worden afgeserveerd als zijnde niet ter zake, het kolonialisme, de holocaust. Een grote vergissing, onze samenleving kan uitsluitend worden begrepen aan de hand van de sociogenese, de sociale erfelijkheidsleer, de reden dat ik relatief veel aandacht besteed aan het ontstaan van de mens. Als de ‘nurture’, het onderricht van de eigen geschiedenis al direct tekort schiet, is het welhaast onvermijdelijk dat de evolutionair meegegeven kortetermijnvisie het denkvermogen verder zal beperken.  – Angst voor vreemden, het vreemde Volgens Dunbar’s Number kan een mens maximaal 150 anderen echt vertrouwen. Dat aantal is ruim voldoende voor een groep jagers/verzamelaars, echter grotere samenlevingen kunnen uitsluitend functioneren als er overeenstemming is over normen en waarden. Ten aanzien van anderen buiten de eigen ‘religie’, blijft op zijn minst voorzichtigheid geboden. Het vijfde kenmerk is de initiële ‘angst voor vreemden.‘ Dat kan ook een angst voor het ‘vreemde’ zijn.  Een nuancering is op zijn plaats. De mens is van nature nieuwsgierig, uitproberen, ontdekken hoe het beste te overleven, maar het is wel een gecontroleerde nieuwsgierigheid, zoals een hond voorzichtig is met een slang. Een dergelijke terughoudendheid is handig om vooruit te kunnen in de survival of the fittest.  Angst voor vreemden, dan wel het vreemde, komt voort uit de angst om minimale zekerheid te verliezen, om hulpbehoevend te worden. En hoe groter die angst, des te groter is de behoefte aan zekerheid. Een manier om hieraan te ontsnappen is het benadrukken van de wij-groep. Wij, met velen, vormden ooit de geborgenheid van het geloof. Ik stel me voor dat na het wegvallen van de kerk de behoefte om toch ergens bij te horen, de opkomst van het populisme tot gevolg had. Een verwijzing naar ‘wij het volk’ is weliswaar aantrekkelijk, maar is zonder inschakelen van logica een te simpele oplossing. Want wie of wat is dan dat volk? Hier schuilt gelijk al een groot gevaar richting ongelijkheid, want als het populisme de ‘eigen’ etnische groep of de ware patriot te veel benadrukt, ligt uitsluiting en vergoelijking van geweld vrij snel op de loer.   Wij leven inmiddels in een globaliserende wereld, er komen vreemden op ons pad, lieden met een ander geloof, een andere huidskleur, een andere ideologie, een andere seksuele geaardheid. Als dan naast religieuze zingeving ook andere zekerheden verdwijnen, de gulden, de bowlingclub, de bakker op de hoek, wordt het moeilijker met al die snelle veranderingen om te gaan. Dat hebben we niet geleerd en ja, als dan de nurture tekort schiet en de vrees wordt aangewakkerd, komt de angst voor vreemden vanzelf bovendrijven.  Wellicht dat door het wegvallen van de religieuze zekerheid ruimte ontstond voor complottheorieën. Is het een soort vervanging? Of zelfs verdringing? Is het geloof in mogelijke onzekerheden een reactie op het verlies aan religieuze zekerheden? Hoe het ook zij, populisme en complottheorieën zijn oplossingen van het zoogdierenbrein, ‘wij het volk’ voelt als veilig, instinctief herkennen we dat. Echter, het rationele brein volgt een andere route, daar geldt de logica. Daar is het volk iets totaal anders, dat is de liberale staat, dat is democratie en de belichaming van idealen zoals gelijkheid en de Trias Politica.  – De mens als vluchtdier In de natuur is het eten of gegeten worden, in die cyclus zat ooit ook de primitieve mens gevangen. Om te overleven moest hij voortdurend bedacht zijn, zonder klauwen, pantser of schutkleuren is het bij dreiging zo snel mogelijk wegwezen, op de vlucht slaan dus, in de strijd om het bestaan een essentiële eigenschap. Echter, de moderne mens leeft niet meer in de natuur, in de relatief veilige westerse wereld loopt een groter risico om verkeersslachtoffer te worden. Er is steeds minder fysiek gevaar, cijfers wijzen dat uit. De afgelopen 75 jaar kon geweld weliswaar niet volledig worden uitgesloten, maar werd in vergelijking met een niet al te ver verleden tot een minimum teruggebracht. Wij worden nu beschermd door wetten, het geweldsmonopolie ligt bij de overheid.  Het gevaar manifesteert zich weliswaar niet meer fysiek, het komt nu tot ons in de vorm van dreigend nieuws. Alarmerende boodschappen doen ons ‘vluchten’, onze verworvenheden lopen gevaar door een vermeende islamisering, een tsunami van asielzoekers en andere zondebokken. De biologisch-sensorische vlucht-respons, de reflex om onmiddellijk te reageren op gevaar, is nog duidelijk aanwezig. In een alarmfase moet er op zijn minst ìets gedaan worden, alleen fysiek wegrennen is niet meer aan de orde, dat is nu het afgeven van een alarmsignaal. Met de komst van de social media zijn de mogelijkheden van roeptoeteren verruimd, dat doen we op Facebook en Twitter. Elkaar waarschuwen is in evolutionair opzicht sowieso voordeliger dan meteen maar vechten. Dieren doen dat ook. Straks zien we hoe dit waarschuwen, dit categoriseren en associëren in onze bovenkamer werkt. – Testosteron als katalysator De levensdrang om zowel te overleven als om voort te bestaan, wordt voor ingegeven door het geslachtshormoon het ‘testosteron’. Reptielen hebben het, zoogdieren hebben het, dus ook mensen. In onze neoliberale samenleving is de biologische overlevingsdrang verworden tot een sociale drang van meer naar nog meer. Onze huidige samenleving is erop ingericht, mijn economieboek op de middelbare school meldde het al op de eerste bladzijde ‘de menselijke behoeftes zijn oneindig’, we weten niet beter.  Het voornamelijk mannelijk hormoon testosteron manifesteert zich vooral in de leeftijdscategorie tussen pakweg de 15 en 50 jaar en meestal ten goede. Gelukkig maar. Mannen in die productieve periode van hun leven hebben grotendeels onze samenleving gevormd. Zij bevaren de wereldzeeën, nemen risico, voeren strijd, doen uitvindingen, nemen de leiding. Het is zoals Darwin het stelde, de slimsten kunnen zich beter aanpassen en zijn beter in staat hun genen door te geven aan volgende generaties. Mannen vervullen daarin een belangrijke rol, zij beschermen de eigen groep. De positieve uitwerkingen van het testosteron zijn dan ook vele malen talrijker, het droeg bij aan het voortbestaan van de mensheid. Hoe had de wereld er uit gezien zonder testosteron? Als je de film van de evolutie terugspoelt en opnieuw afdraait, zal de uitkomst telkens anders zijn, we zullen het nooit weten.  Echter, de negatieve effecten zijn meer in het oog lopend, lees de kranten maar. Soms loopt het uit hand, want indien niet door de nurture gekanaliseerd, worden alle hierboven genoemde primitieve kenmerken versterkt door het testosteron. De sociale ongelijkheid kan dan uitmonden in geweld, in oorlog, in #MeToo. Het testosteron is steeds de aanjager, de algemene deler voor de nazipraktijken, het gedrag van de noord Afrikanen in Keulen op oudejaarsavond, de voetbalhooligans in Rome, de #MeToo daders, de wreedheden van de islamitische Staat, de bedenkers van complottheorieën om maar iets te noemen. En ja, het zijn altijd mannen. Al deze ongewenste zaken zijn een gevolg van de ‘nurture’. Het is steeds de opvoeding, de opleiding, de foute vrienden en de verkeerde ideologie. Het testosteron fungeert als katalysator voor alles wat er in dat lege omhulsel van het rationele brein wordt gestopt. Meestal is dat ten goede, gelukkig maar, de meeste mensen deugen, maar soms ook niet. Hoe dat werkt gaan we straks zien bij de gedragstheorieën en de beïnvloeding. De kwaliteit van een samenleving is af te meten aan de mate waarin primitief gedrag gekanaliseerd is.  naar De Evolutionaire Stempel  Terug naar de Homepage