Uittreksel

Samenleven met velen

Door de mutatie van een geheugen was de mens in staat te reflecteren, te evalueren en te anticiperen. Een gigantisch voordeel in een ongestructureerde evolutie.
Deze ‘meevaller’ betaalt zich vrij snel uit, door de ‘agrarische revolutie’ kunnen nu onafhankelijk van natuurlijke omstandigheden meer mensen samenleven. 

Echter, de mens is van oorsprong niet behept om met velen samen te leven. 
Robin Dunbar, engels antropoloog, publiceerde in 1993 een onderzoek naar het aantal  relaties die een mens kan onderhouden. Hij vond een correlatie tussen de grootte van de neocortex in de hersenen en de grootte van de groep. Voor de mens was een aantal van 150 het maximum om bij elkaar te blijven, meer kan de neocortex niet aan. 

Zes evolutionaire kenmerken

Een zestal evolutionaire kenmerken, prima geschikt voor een primitieve levenswijze, zitten de samenlevende mens (ook nu nog) in de weg:
ongelijkheid, plan- en normloosheid, een korte termijn visie, angst voor vreemden, de mens als vluchtdier en tenslotte het testosteron als aanjager, als katalysator

Aan de hand van de evolutionaire stempel, wordt met behulp van gedragstheorieën het menselijk handelen inzichtelijk gemaakt. 
Experimenten tonen aan dat elk mens tot gruweldaden in staat is. Ook u en ik. Maar uiteindelijk zijn het toch de omgevingsfactoren die zowel het succes als ook het geweld bepalen: 

‘De kwaliteit van samenlevingen kun je afmeten aan de beheersing van ongestuurd evolutionair gedrag.

 

Religie

Om met veel onbekenden samen te leven is vertrouwen noodzakelijk. Religie voorzag in een stelsel van sociale regelgeving; vreedzaam samenleven met velen was nu mogelijk. 

Een zijstapje naar de monotheïstische variant. In het jodendom, het christendom en de islam, wordt de strijd tussen de goden verlegd naar een strijd tussen de mensen op aarde. Een uitverkoren volk heeft in het monotheïsme op aarde grenzen nodig en die grenzen moeten worden verdedigd. Monotheïstische religies zijn meestal succesvoller, dat dan weer wel; het is ook een verklaring voor oorlog en jihadisme. 

Sociaal contract

Na de periode van de Verlichting kan ook zònder religie met velen worden samengeleefd. Dat komt door de introductie van het  klassiek liberale adagio: ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Een ‘sociaal contract’ ontstaat, de democratie doet haar intrede.
Wetenschap komt tot bloei, de Industriële Revolutie gaat van start, ideologieën komen tot ontwikkeling. Hier ligt de basis voor onze samenleving.

Onze tijd

Onze tijd begint met de Verlichting, het loslaten van de goddelijke beschikking. De mens gaat zèlf nadenken.
De koloniale periode, veelal gemakshalve vergeten, was de oorzaak van de nog voortdurende wereldwijde onbalans. De migratiegolven aan het begin van de 21e eeuw zijn daar een gevolg van. 
Na 1945 in een sfeer van ‘dat nooit weer’, ontstaat een nieuw elan. De sociaaldemocratische partijen tuigen de verzorgingsstaat op. De welvaart neemt toe. En in Europa houdt de vrede stand. 
Nieuwe inzichten, we switchen van Maynard Keynes naar Friedrich Hayek, leiden na de val van de Berlijnse Muur tot een economische versnelling richting het ‘neoliberalisme’. Een terugtredende overheid, het vrije marktmechanisme en het loslaten van de goudstandaard leiden tot een welvaartssprong.

Het neoliberalisme brengt een nieuw type mens voort: de eendimensionale massamens. In een neoliberale context wordt het menselijk handelen verlegd naar: ‘mijn vrijheid stopt pas als jij bezwaar maakt’. Dat is een stapje verder, dat zie je terug in omgangsvormen, minder respect, minder rekening houden met de ander. Individualisme komt in de plaats van samenwerking en solidariteit. Men kan het zich permitteren, door de welvaart is er minder afhankelijkheid.

De politieke paragraaf

Politiek rechts is het uitgangspunt, links is een reactie op een voortdenderend kapitalisme. Rechts neigt nog steeds naar een ‘survival of the fittest’, het ieder voor zich. Bij ‘links’ staan samenwerking en solidariteit hoog in het vaandel: ‘samenwerking is het menselijke antwoord op de evolutie.’

Een gedachtenexperiment is een goede oefening voor beleidsmakers en nuttig voor criticasters: bepaal vanachter een ‘sluier van onwetendheid’ wat dan wèl een rechtvaardige samenleving is. 
Het boek sluit af met een pleidooi voor een volwaardig burgerschap: elke burger moet (beter) worden opgeleid om de toekomst in eigen hand te kunnen nemen.

Verwijzingen

In de hoofdstukken staan ongeveer 80 links naar verwijzingen. Deze zijn op zich al interessant om als apart hoofdstuk door te nemen.