Uittreksel

De Evolutionaire Stempel

Menselijk gedrag wordt nog steeds  beïnvloed door evolutionaire kenmerken, het aanzien en de kwaliteit van samenlevingen wordt erdoor bepaald.
Evolutie heeft weliswaar een doel, namelijk leven en voortleven, er is echter geen plan. Een blauwdruk ontbreekt.
Degene die zich het beste kan aanpassen aan de omstandigheden, heeft de meeste kans op voortplanting.

In de ongestructureerdheid van de processen, verkreeg de mens door een ‘toevallige’ mutatie een geheugen en was in staat te reflecteren, te evalueren en te anticiperen. Een gigantisch voordeel in een ongestructureerde evolutie.
Deze ‘meevaller’ betaalt zich vrij snel uit, door de ‘agrarische revolutie’ kunnen nu onafhankelijk van natuurlijke omstandigheden meer mensen samenleven in steden. 

Zes evolutionaire kenmerken

Een zestal evolutionaire kenmerken, prima geschikt voor een primitieve levenswijze, zitten de moderne mens in de weg:

– biologische ongelijkheid wordt sociale ongelijkheid
– de plan- en normloosheid
– een korte termijn visie
– de angst voor vreemden
– de mens als vluchtdier
– het testosteron als aanjager, als katalysator

Deze gedragskenmerken worden met behulp van gedragstheorieën  inzichtelijk gemaakt. 
Zo tonen experimenten aan dat elk mens tot gruweldaden in staat is. Ook u en ik. Maar uiteindelijk zijn het toch de omgevingsfactoren die zowel het succes bepalen: ‘De kwaliteit van samenlevingen kun je afmeten aan de beheersing van ongestuurd evolutionair gedrag.

Samenleven met velen

De mens is van oorsprong niet behept om met velen samen te leven. 
Robin Dunbar, engels antropoloog, publiceerde in 1993 een onderzoek naar het aantal  relaties die een mens kan onderhouden. Hij vond een correlatie tussen de grootte van de neocortex in de hersenen en de grootte van de groep. Voor de mens was een aantal van 150 het maximum om bij elkaar te blijven, meer kan de neocortex niet aan. Hoe kunnen dan grotere samenlevingen ontstaan?

Het antwoord is redelijk simpel, er kan met onbekenden worden samengeleefd indien er sprake is van overeenstemming over- en de naleving van normen en waarden. 
Religie in de brede zin van het woord, kon hierin voorzien. Dat was en is precies ‘maatschappelijke’ functie religie, jodendom, christendom, islam,  alsmede het Confucianisme, Taoisme, Boeddhisme en  Shintoisme. Er werd voorzien in een stelsel van sociale regelgeving; vreedzaam samenleven met velen was nu mogelijk. 

Een zijstapje naar de monotheïstische variant. In het jodendom, het christendom en de islam, wordt de strijd tussen de goden verlegd naar een strijd tussen de mensen op aarde. Een uitverkoren volk heeft in het monotheïsme op aarde grenzen nodig en die grenzen moeten worden verdedigd. Monotheïstische religies zijn meestal agressiever en daarmee succesvoller, dat dan weer wel; het is ook een verklaring voor oorlog en jihadisme. 

Sociaal contract

Na de periode van de Verlichting kan ook zònder religie met velen worden samengeleefd op grond van het klassiek liberale adagium: ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Een ‘sociaal contract’ ontstaat, de democratie doet haar intrede.
Wetenschap komt tot bloei, de Industriële Revolutie gaat van start, ideologieën komen tot ontwikkeling. Hier ligt de basis voor onze samenleving.

Onze tijd

Onze tijd begint met het vervolg van de Verlichting, het loslaten van de goddelijke beschikking. De mens gaat zèlf nadenken.
De koloniale periode, veelal gemakshalve vergeten, was de oorzaak van de nog voortdurende wereldwijde onbalans. De migratiegolven aan het begin van de 21e eeuw zijn daar een gevolg van. 
Na 1945 in een sfeer van ‘dat nooit weer’, ontstaat een nieuw elan. De sociaaldemocratische partijen tuigen de verzorgingsstaat op. De welvaart neemt toe. En in Europa houdt de vrede stand. 
Nieuwe inzichten, we switchen van Maynard Keynes naar Friedrich Hayek, leiden na de val van de Berlijnse Muur tot een economische versnelling richting het ‘neoliberalisme’. Een terugtredende overheid, het vrije marktmechanisme en het loslaten van de goudstandaard leiden tot een welvaartssprong.

Het neoliberalisme brengt een nieuw type voort: de eendimensionale massamens: 
Het liberale adagium verlegd naar: ‘mijn vrijheid stopt pas als jij bezwaar maakt’. Dat is een stapje verder, dat zie je terug in omgangsvormen, minder respect, minder rekening houden met de ander.
Individualisme komt in de plaats van samenwerking en solidariteit. Men kan het zich permitteren, door de welvaart is er minder afhankelijkheid.

De politieke paragraaf

Politiek rechts is van oudsher het uitgangspunt; politiek links is een reactie op een voortdenderend kapitalisme. Rechts neigt terug in de richting van de ‘survival of the fittest’, het ieder voor zich. Bij ‘links’ staan samenwerking en solidariteit hoog in het vaandel: ‘samenwerking is het menselijke antwoord op de evolutie.’

Een gedachtenexperiment is een goede oefening voor beleidsmakers en nuttig voor criticasters: bepaal vanachter een ‘sluier van onwetendheid’ wat dan wèl een rechtvaardige samenleving is. 
Het boek sluit af met een pleidooi voor een volwaardig burgerschap: elke burger moet (beter) worden opgeleid om de toekomst in eigen hand te kunnen nemen.

Verwijzingen

In de hoofdstukken staan ongeveer 80 links naar verwijzingen. Deze zijn op zich al interessant om als apart hoofdstuk door te nemen.