Synopsis

Synopsis


Wat ìs de mens, wie ìs de mens? Wat is de zin van het leven? Waarom denken en handelen mensen zoals ze denken en handelen? Waar gaan we naartoe? Allemaal vragen die ons bezighouden. 

Het juiste antwoord ligt besloten ‘in den beginne’, in het prille ontstaan. De mens is een evolutionair voortbrengsel. Hij leeft in kleine groepjes jager-verzamelaars.   
Engels antropoloog, Robin Dunbar, vond een correlatie tussen de grootte van de hersenen en de grootte van de groep. Daaruit blijkt dat een mens tot ongeveer 150 vertrouwensrelaties aankan, meer kan de neocortex niet hebben.
Dat leidt voor de met velen samenlevende mens tot een belangrijke conclusie: de grootte van de groep heeft een biologische beperking. 

Echter, de mens heeft ‘ontdekt’ dat het met velen samenleven via arbeidsdeling een duidelijke meerwaarde heeft. Welnu, dat ‘samenleven’ is evolutionaire dus niet meegegeven, dat moet telkens opnieuw worden geleerd. Dat proces gaat met horten en stoten, de geschiedenis wijst het uit. 

De gedachtenconstructie van ‘breinstapeling’ maakt het enigszins inzichtelijk. In de loop der tijden zou er tot 2x toe een intelligentie-schilletje over het oorspronkelijke brein zijn heen geschoven.
De eerste laag is het ‘reptielenbrein’, gericht op primaire levensbehoeften en automatismen. Daarbovenop komt het ‘zoogdierenbrein’ met de toevoeging van emotie, empathie, motivatie en genot; Ook de mens is een zoogdier, die ontwikkelt via de mutatie van een geheugen een ‘rationeel brein’. Met deze derde laag kan de mens reflecteren, analyseren, anticiperen en aldus ontsnappen aan planloze en ongestructureerde evolutionaire processen, hij kan zijn eigen lot bepalen. 
Helaas, zo nu en dan krijgt het  ‘zoogdierenbrein’ de bovenhand op het rationeel ‘menselijk denken’, het is de verklaring van wat we dagelijks zien. Dat is de ‘Evolutionaire Stempel.

 

Een zestal evolutionaire gedragskenmerken

Een aantal primitieve gedragskenmerken bepalen het verloop van de menselijke geschiedenis, het is ‘De Evolutionaire Stempel’.  
(1) De biologische ongelijkheid wordt (te gemakkelijk dan wel gemakshalve) geprojecteerd in een sociale ongelijkheid, te herkennen in discriminatie, identiteitsaanduidingen, polarisering en sociale klassen. Tot op de dag van vandaag hebben we het  er nog moeilijk mee. 
(2) Evolutie heeft weliswaar een doel, leven en voortleven, maar er is geen blauwdruk. De evolutionaire planloosheid en normloosheid bepalen (nog) grotendeels het menselijk gedrag. 
(3) De primitieve mens had een korte termijnperspectief, voor een eerstvolgende maaltijd was langer ook niet  nodig. Bij de moderne mens is de termijn tot ca 30 jaar opgerekt, de duur van een hypotheek. Dat is nog steeds onvoldoende om het menselijk voortbestaan te waarborgen. 
(4) De primitieve mens had (logischerwijze) een natuurlijke angst voor vreemden (Dunbar’s Number). Er moest nog geleerd worden met velen samen te leven. Het betreft niet uitsluitend ‘vreemden’, het is ook een angst voor het vreemde
(5) Zonder grote kaken of klauwen is de mens een vluchtdier. In onze tijd komt het gevaar uit dreigend nieuws, ook nepnieuws, want ‘vreemden’ pikken alles in, het verklaart de reflex om de grenzen te sluiten.  

Samen met de angst voor vreemden is de ‘vluchtdier’ gedachte een verklaring voor het populisme, ook de planloosheid en het kortetermijnperspectief spelen hier een rol. 

(6) Het testosteron werkt als katalysator versterkend op alle hierboven genoemde kenmerken. Meestal is dat goedschiks, soms kwaadschiks; het zijn altijd mannen in de productieve periode van hun leven.

Beslissende momenten in de menselijke geschiedenis:

De menselijke intelligentie betaalt zich snel uit in de Landbouw Revolutie. Landbouw impliceert een stukje  land en vee. Bezit en hebzucht gaan de samenlevingsstructuur bepalen; tot op de dag van vandaag. Zo wordt voor de erfopvolging 1 enkele vrouw aan de man verbonden
Door een systeem van sociale regelgeving, ‘religie’ werd het  mogelijk om met velen samen te leven. De beperking van Dunbar’s 150 vertrouwensrelaties kan binnen een gemeenschappelijk aanvaard geloof worden  doorbroken, ook ‘vreemden’ kunnen worden vertrouwd. In tijden van analfabetisme stond religie met een stringente sociale regelgeving borg voor een volgzame burger. 
De periode van de Verlichting met nieuwe ideeën en ideologieën markeert de overgang van religieuze samenlevingsregels naar wereldlijke wetten binnen een sociaal contract. Want ook op die manier kunnen samenlevingen functioneren. Het leidt tot democratie en onze rechtsstaat. 
De Industriële Revolutie brengt door een voortgaande arbeidsdeling materiële welvaart. Dit leidt ondanks en dankzij tegenbewegingen tot de huidige neoliberale context. Probleem in onze tijd is dat door massaliteit, massaconsumptie en globalisering, de mensheid tegen grenzen oploopt. 

Politieke Paragraaf

Het boek wordt afgesloten met de ‘Politieke Paragraaf’. Het ‘Klimaatspel’ van Martin Nowak laat ons zien welke kant we op zouden moeten gaan, informatie en overleg zijn noodzakelijke voorwaarden. 
We naderen een T-splitsing. Rechtsaf leidt ultimo tot een terugkeer naar de ‘survival of the fittest’. Linksaf is onontkoombaar. Dat is goed nieuws voor de sociaaldemocratie. 
Een heroriëntatie betekent uiteraard een omschakeling van groeimodellen naar een circulaire economie. Maar vooral is een Control Alt Delete in het menselijk denken noodzakelijk, de ik-cultuur moet overgaan naar een focus op de overleving van de mensheid. 
Het laatste hoofdstuk eindigt dan ook met een pleidooi voor een ‘opleiding tot burgerschap’. 

Het boek kan worden samengevat in een tweetal stellingen:

  • ‘Samenwerking en solidariteit is het menselijke antwoord op de ongestuurde en ongestructureerde evolutie.’
  • ‘De kwaliteit van samenlevingen kun je afmeten aan de mate waarin evolutionaire eigenschappen zijn gekanaliseerd.’ 


Terug naar De Evolutionaire Stempel