Synopsis

Synopsis


De mens is een evolutionair voortbrengsel, een zoogdier.  
Evolutie heeft weliswaar geen doel, maar er is wèl sprake van een tweeledige doelgerichtheid: enerzijds het dagelijks overleven van het individu, het veiligstellen van de eerstvolgende maaltijd; anderzijds gaat het om het voortleven van de soort. 
Om beter te kunnen overleven/voortleven, verkreeg de mens pakweg 300.000 jaar geleden een geheugen. Met dit ‘rationeel’ brein kan de Homo sapiens reflecteren, analyseren en anticiperen. 

Er blijkt een correlatie tussen de grootte van de hersenen en de grootte van de groep. Een mens zou tot  maximaal ca 150 vertrouwensrelaties aankunnen (Dunbars’ Number), de neocortex is daartoe te beperkt. Als dat inderdaad zo is, àls het ‘samenleven’ met heel veel anderen evolutionair niet werd meegegeven, dan moet dat telkens worden bijgebracht, het rationele hersenomhulsel moet gevuld worden. De wijze waarop hangt af van ‘opvoeding’, ‘opleiding’ en ‘omgevingsfactoren’. Dat  leerproces gaat met horten en stoten, de geschiedenis wijst het uit. 


De Evolutionaire Stempel

Zo nu en dan krijgen oprispingen van het primitieve ‘zoogdierenbrein’ de overhand op het rationeel  denken: het is de ‘Evolutionaire Stempel: 

  • De biologische ongelijkheid wordt geprojecteerd in een sociale ongelijkheid. 
  • De evolutionaire plan- en normloosheid bepalen (nog) grotendeels het menselijk gedrag.  
  • De mens heeft een korte termijnvisie, lang(er) was voor een eerstvolgende maaltijd niet nodig. 
  • De primitieve mens had  angst voor vreemden en het vreemde.  
  • Zonder grote kaken of klauwen is de mens een vluchtdier. 
  • Het testosteron werkt als katalysator versterkend op alle hierboven genoemde kenmerken. 

 

Beslissende momenten in de menselijke geschiedenis:

De Landbouw Revolutie  impliceert een stukje  land en vee; gevolg is de introductie van bezit en hebzucht. Voor de erfopvolging wordt 1 enkele vrouw aan de man verbonden, de huwelijksverbintenis bepaalt tot op heden de patriarchale samenlevingsstructuur.
Religie maakt het door een  systeem van regelgeving mogelijk om met velen samen te leven. Aanzienlijk meer dan die 150 van Dunbar; binnen een gemeenschappelijk geloof kunnen ook ‘vreemden’ worden vertrouwd. 
De periode van de Verlichting met nieuwe ideeën en ideologieën markeert de overgang van religieuze samenlevingsregels naar geschreven wereldlijke wetten binnen een sociaal contract. Als de meerderheid zich aan de regels houdt, kan ook in een  democratie en rechtsstaat met velen worden samengeleefd. 
De Industriële Revolutie brengt door een voortgaande arbeidsdeling materiële welvaart, het leidt tot de huidige neoliberale context. 

 

De bewuste burger

Daar waar de monotheïstische religie (het christendom) een focus legde op het voortleven van de soort, is het neoliberalisme gericht op het overleven van het individu. Dat wordt in toenemende mate een probleem. Door massaliteit, massaconsumptie en globalisering loopt de mensheid tegen grenzen op, de T-splitsing komt naderbij.  Rechtsaf leidt ultimo tot een terugkeer naar de ‘survival of the fittest’, linksaf is onontkoombaar. 
Het ‘Klimaatspel’ laat ons zien welke kant we op zouden moeten gaan, informatie en overleg zijn noodzakelijke voorwaarden. 
Het boek eindigt met een pleidooi voor een ‘opleiding tot burgerschap’: 

  • ‘Samenwerking en solidariteit zijn het menselijke antwoord op de ongestuurde en ongestructureerde evolutie.’
  • ‘De kwaliteit van samenlevingen kun je afmeten aan de mate waarin evolutionaire eigenschappen zijn gekanaliseerd.’ 


Terug naar De Evolutionaire Stempel