In de omgang tussen mensen is onmiskenbaar sprake van een verharding.
Hoe was het dan ooit? Hoe het was en terugkijken in de tijd is voor mij niet zo moeilijk, ik spreek uit ervaring.
‘Vroeger’, in mijn jeugd (ik ben van 1949), was er een relatieve armoede. Dat wil zeggen we hadden geen honger en we kwamen niets te kort. Maar er was ook niets. Zeker niet voor de jeugd, we wisten niet beter.
Het was de periode van de *zuilensamenleving. Let wel: in die relatieve armoede waren er (nog) geen sociale voorzieningen, geen AOW. De vangnetjes waren familie en de eigen ‘zuil’.
Men was afhankelijk van elkaar en dat was waarom anderen nooit onheus werden bejegend, simpelweg omdat je die ander misschien nog eens nodig zou kunnen hebben. Daar was je je terdege van bewust.
Deze afhankelijkheid veranderde gaandeweg door het ontstaan van de verzorgingsstaat en later ook het neoliberalisme.
Neoliberalisme
Om er een jaartal aan te verbinden, de ommekeer kwam in 1989. In dat jaar werd de **Washington Consensus gepubliceerd, het bidboek van de neoliberale economie. Het was ook het jaar dat de Berlijnse Muur viel. Door het uiteenvallen van het Sovjetblok werd de wereld een grote mondiale markt. Nederland deed volop mee en met succes: we werden welvarend.
Dit is wat AI (Kunstmatige Intelligentie) zegt over Neoliberalisme: “Een politiek-economische ideologie die de nadruk legt op de vrije markt, privatisering, deregulering en beperkte overheidsinterventie met het doel individuele vrijheid en economische groei te maximaliseren door concurrentie te bevorderen.”
Nutsbedrijven, de water- en energievoorziening, de posterijen, telefonie, openbaar vervoer, gezondheidszorg en ook het bankwezen werden geprivatiseerd. En ook grotendeels de woningbouw.
Hebzucht en Meritocratie
Neoliberalisme valt of staat met hebzucht, ‘de ander heeft het al’. Herhaal het maar vaak genoeg in de nu toegestane reclames. De neoliberale mens wordt opgeleid tot consument. Op den duur weet je niet beter.
Maar je moet het wel verdienen (meritocratie = verdienste). Voor de prestatiemaatschappij zijn diploma’s nodig en ook in de politiek komt er nadruk op de ‘hardwerkende Nederlander’.
Als je het niet redt, is het je eigen schuld. De individuele survival of the fittest gaat over in sociaal darwinisme. Dan wordt ongelijkheid gerechtvaardigd, de één is nu eenmaal meer of beter dan de ander.
Ook ouderliefde wordt gekoppeld aan prestaties, want als kindlief de middelbare school afmaakt, wordt dat beloond met een reisje naar Ibiza. Presteren is de norm, waarbij meisjes ook nog moeten voldoen aan een opgelegd schoonheidsideaal. Ga er maar aan staan.
De consument
Herbert Marcuse, Duits filosoof, voorzag de problemen al in 1964. Diens visie was profetisch. Bedrijven produceren weliswaar goederen, maar creëren ook de behoefte daaraan via reclame, mode en hypes: ‘je kunt niet zonder’. De consument bepaalt niet zelf wat hij wil, want dat weet hij nog niet. Keuzes zijn dan ook gebaseerd op aangekweekte behoeftes. Volgens Marcuse leidt een dergelijke materiële welvaart tot ontmenselijking en daardoor ontstaat een ‘eendimensionale mens’ die zich alleen nog herkent in bezit. De ziel ligt niet meer in solidariteit met anderen, maar bij de auto, de stereo-installatie, de superkeuken, het feestje en de eerstvolgende vakantie.
De Neoliberale mens
Door de welvaart en de sociale vangnetjes is de ander niet meer persé nodig. Kinderen worden niet meer vernoemd naar een peetvader of tante. Kinderen kunnen uitzwermen, want ze hoeven niet meer voor hun ouders te zorgen, die krijgen AOW.
De verharding vindt plaats omdat het kan. Er hoeft geen rekening meer te worden gehouden met de ander. De ander is nu concurrent van hetzelfde. Solidariteit gaat over in individualisme.
De neoliberale mens is voornamelijk geïnteresseerd in eigen genietingen die zo mogelijk ‘real-time’ moeten worden vervuld. Het ‘Ik leef nu’ is gevolg van het kortetermijndenken.
Onderwijs is gericht om werknemers af te leveren bij de bedrijfspoorten. Onderwijs is er niet of nauwelijks op gericht om burgers voor te bereiden op het ‘samenleven met heel veel anderen’. Weet de neoliberale mens wel waar en op welke plek hij staat op de tijdlijn van de menselijke geschiedenis? Wat weet hij van democratie?
Als kennis ontbreekt vervaagt de band met het verleden en worden wetenschap, de Holocaust en het klimaatprobleem ontkend. Dat is wel zo handig, dan ben je ook niet verantwoordelijk.
Het wordt erger als dit gepaard gaat met een gebrek aan zelfbeheersing en maat. Dan worden rechten opgeëist zonder besef van verantwoordelijkheid. Dan gaan op sociale media roepgroepen domineren en legt intellectuele inspanning het af tegen eenvoudig vermaak. Het adagium ‘Mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’ gaat dan definitief over in: ‘De ander moet maar aangeven waar ik moet stoppen.’
= =
* zuilensamenleving
Toch maar even uitleggen: verdeling van de samenleving in levensbeschouwelijke groepen (zuilen).
Te onderscheiden: de katholieke zuil, de protestantse zuil, de socialistische (of sociaaldemocratische) zuil en de neutrale (ook wel liberale of algemene) zuil.
** Washington Consensus
In 1989 uitgegeven beleidsprescripties door drie in Washington gevestigde instituten: het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en het Amerikaanse ministerie van Financiën. In grote lijnen draait om het uitbreiden van de rol van de markt en het terugdraaien van de rol van de overheid.
Voor meer informatie over dit onderwerp lees mijn boek ‘Waarom en Hoe MENSEN Denken en Doen’
Als men het niet meer weet, wordt gemakkelijk teruggevallen op de oorspronkelijk meegegeven overlevingsinstincten.
Link naar blog: Einde van het neoliberalisme
Terug naar Home
Ontdek meer van ybo.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.