“Waarom mensen denken en doen zoals mensen denken en doen”
Populisme is instinct, zuurlinks is nadenken
- Voorwoord
- De actualiiteit
- De hoofdstukken
– Voorwoord
Elk levend organisme, groot en klein, krijgt van nature overlevingsinstincten mee. Ook de mens. Deze instincten zijn persoonlijk van aard en bedoeld voor de harde overlevingsstrijd. Agressie is daar een onderdeel van, het is in voorkomend geval een noodzakelijke strategie.
In de ongestructureerde evolutie werd de mens ongeveer 300.000 jaar geleden per toeval voorzien van een geheugen. Deze nadenkende ‘Homo sapiens’ begreep dat samenwerking en solidariteit hem verder brachten. De geschiedenis wijst het uit. Dit boek gaat over de ontwikkeling van de menselijke intelligentie. Echter, het ‘samenleven’ met vele anderen wordt evolutionair niet meegegeven, dat moet alsnog en telkens opnieuw worden geleerd. Als dat bijbrengen onvoldoende is, wordt gemakkelijk teruggevallen op de evolutionair meegegeven impulsen. Het is de onderliggende oorzaak van conflict, geweld, me@too en oorlog.
Hoe staan we er inmiddels voor? Zijn de primitieve oprispingen gekanaliseerd? Is het brein wel voldoende ontwikkeld?
Als we beter begrijpen waarom en hoe mensen denken en doen, kan veel ellende worden voorkomen.
– De actualiteit. Opkomst van radicaal- en extreemrechts
De recente opkomst van radicaal- en extreemrechts is aanleiding voor een waarschuwing. Het zijn bewegingen gebaseerd op overlevingsinstincten, op de ‘survival of the fittest’. Niet op samenwerking of democratie. Leiderschap is belangrijk, Wilders, Trump, Orban en zo zijn er nog wel een paar. Deze mannen, het zijn zo goed als altijd mannen, zijn inwisselbaar. Als de één wegvalt, staat de volgende al klaar. Deze leiders fungeren als spreekbuis, echter, het werkelijke gevaar komt van de blinde volgers. Dat zagen we in 1933 toen de Nazi’s op democratische wijze aan de macht kwamen.
De introductie van democratie zo’n twee eeuwen geleden in de Verenigde Staten en west Europa betekende een ommekeer in het denken en doen. Voor het eerst in de geschiedenis had de burger de keuze om niet langer afhankelijk te zijn van de willekeur van een despoot of dictator. Niet langer volgen, lijden, schuilen of vluchten. Echter, democratie wordt evolutionair niet meegegeven, het is een menselijke constructie om vreedzaam te kunnen samenleven. Gezien de recente opkomst van extreem- en radicaalrechts zijn de verworvenheden van de democratie niet tot alle kiezers doorgedrongen.
Deze waarschuwing geldt voor alle vormen van extremisme, ook radicaallinks is antidemocratisch, geen misverstand daarover.
De toegevoegde ondertitel ‘Populisme is instinct, zuurlinks is nadenken’ is een bewering die niet zomaar uit de lucht komt vallen. Onderzoek toont aan dat mensen met een laag IQ (intelligentiequotiënt) zich moeilijker in anderen kunnen inleven. Zij hebben moeite met vreemden en zijn het vaker eens met uitspraken als ‘het witte ras is superieur aan alle andere rassen’. Het is geen verrassing dat cijfers uitwijzen dat mensen met een lage opleiding vaker op populistische partijen stemmen. De aanduiding ‘domrechts’, zoals nogal eens op Twitter/X wordt gebezigd, klopt in zekere zin, maar het is beter om te spreken van onwetendheid. Niet iedereen heeft de kans gekregen, hetzij benut, om kennis te verwerven, laat ook dàt vooral gezegd zijn. Bij verkiezingen kan het onvermogen van het kiezersvolk om na te denken fataal worden.
Dit boek schreef ik in de geest van Baruch Spinoza: ‘Ik heb er altijd naar gestreefd om niet de spot te drijven met wat de mensen doen, er ook niet om te huilen of me er kwaad over te maken, maar om het te begrijpen.’
– De hoofdstukken
Dit boek gaat over de ontwikkeling van de menselijke intelligentie en de impliciete stelling dat als kennis tekortschiet, als men het niet meer weet, gemakkelijk wordt teruggevallen op de oorspronkelijk meegegeven overlevingsinstincten. De recente opkomst van radicaalrechts is zo een dergelijke terugval.
In de media en TV praatprogramma’s gaat het meestal over de uitwassen. Het zijn beschrijvingen dan wel getuigenissen van het populisme. Aan het ‘doen’ gaat ‘denken’ vooraf. Als we begrijpen waar dat irrationeel gedrag als populisme vandaan komt, zouden we er ook iets aan kunnen doen.
Hoofdstuk 1: ‘Tijd en Plaats’ beschrijft hoe de naoorlogse zuilensamenleving ongemerkt overgaat in het neoliberalisme. Velen zullen de verandering van solidariteit naar individualisme herkennen.
Hoofdstuk 2: ‘Voortschrijdend Inzicht’ gaat over de vraag of een op groei gebaseerde economie oneindig kan blijven doorgaan. Dat illustreert gelijk al waar het in de klimaatdiscussie misgaat: kortzichtigheid tegenover een langetermijnvisie. Gaan we af op onze instincten of waarderen we de verworven kennis?
Hoofdstuk 3: ‘Waarom mensen denken: evolutie’ is een opfrislesje. Het principe van de ‘survival of the fittest’ herbergt een tweeledige doelgerichtheid. Dat is het dagelijks overleven, maar ook het voortbestaan van de soort is in het geding. Bij mensen ging het niet om een fysieke aanpassing, maar om een intellectuele mutatie. Voorzien van een geheugen en een mate van intelligentie, wist de mens de afhankelijkheid van de natuur te doorbreken. De overlevingskansen werden aanzienlijk verbeterd en daarmee ook het voortbestaan op de lange termijn. In het neoliberalisme dreigt de mensheid slachtoffer te worden van zijn eigen succes.
Hoofdstuk 4: ‘Intellectuele Omslagmomenten’ laat zien hoe ten aanzien van het korte termijn dagelijks overleven en het lange termijn voortbestaan een drietal gebeurtenissen het denken en doen hebben veranderd. Na de landbouwrevolutie, zo’n 10.000 jaar geleden, hoefden mensen, van nature migranten, niet meer achter hun voedsel aan te gaan. Een tweede omslagmoment is het verschijnsel van de (monotheïstische) religies. Door een gedeelde zingeving en regelgeving kunnen meer mensen op die ene plek samenleven, ook onbekenden kunnen nu worden vertrouwd. Het derde omslagmoment is de periode van de Verlichting en de introductie van democratie. Burgers hebben nu de mogelijkheid van zelfbestuur. Maar democratie stelt eisen: samenwerking, solidariteit, participatie en kennis, zaken die niet worden meegegeven, maar alsnog moeten worden geleerd.
Hoofdstuk 5: ‘Hoe mensen denken: beïnvloeding’. Hoe wordt het bij de geboorte nog lege brein gevuld? Mensen blijken kwetsbaar voor beïnvloeding en zijn in extreme gevallen tot gruweldaden in staat. Ook u en ik.
Hoofdstuk 6: ‘Hoe mensen doen: neoliberalisme’. Het neoliberalisme is gebaseerd op groei en door de beperkingen van de aarde uiteindelijk zelfdestructief. Het plakken van pleisters zal op den duur niet meer helpen. De in het neoliberalisme aangekweekte hebzucht leidt tot permanente ontevredenheid en dat is een voedingsbodem voor het populisme. In toenemende mate wordt de democratie misbruikt om een eigen belang door te drukken.
Hoofdstuk 7: ‘Terugval op instincten’. De eerste zes hoofdstukken zijn een (soms lange) aanloop naar waar het in dit boek om gaat. Onze tijd eist vaardigheden die we van nature niet hebben. Problemen ontstaan wanneer opvoeding en onderwijs tekortschieten, dan wordt gemakkelijk teruggevallen op primitief gedrag. Het is geen open deur als ik zeg dat in het populisme de overlevingsinstincten samenkomen: het sociaal darwinisme, de kortetermijnvisie, planloosheid, normloosheid, een angst voor vreemden en het vreemde, gebrek aan empathie, territoriumdrang, de mens als ‘vluchtdier’ en het mannelijk testosteron als katalysator.
Hoofdstuk 8: ’Vierde Intellectuele Omslagmoment’. Voor alles wat we denken en doen, dient een inschatting van de gevolgen op de lange termijn te worden gemaakt. Te denken valt aan termijnen van honderden jaren, wellicht zelfs langer. Het menselijk voortbestaan is in het geding. Hier ligt een taak voor opvoeding en onderwijs.
De laatste alinea in dit laatste hoofdstuk, ‘de noodzakelijkheid van burgerschapsonderwijs’ mag worden gelezen als een manifest. Het is een oproep voor een upgrade van het burgerschapsonderwijs. Het is een pleidooi voor een Vierde Intellectueel Omslagmoment gericht op het op de langetermijn samenleven met anderen. Het voortbestaan van de mensheid is in het geding.
Na de hoofdstukken zijn er ter ondersteuning en aanvulling Verwijzingen opgenomen. Deze verwijzingen zijn ook heel goed afzonderlijk te lezen. Ze geven inzicht in de denkwijze en de opbouw.
Een laatste opmerking. Diverse knipsels, aantekeningen en cursussen hebben geleid tot dit boek. Het was een denkproces van jaren en dat is de reden dat zo nu en dan ter verduidelijking en ondersteuning er gebeurtenissen en cijfers uit het verleden worden aangehaald. Voor zover deze nog van toepassing zijn en geen afbreuk doen aan mijn relaas, heb ik ze laten staan.
Veel leesplezier!
Ybo van den Beukel
Terug naar: Boek – Waarom mensen denken en doen
Terug naar: Homepage