Preview H 5.2: Religie als voorwaarde

0

Hoofdstuk 5. ‘Religie’
het subhoofdstuk 5.2 ‘Ontstaan van samenlevingen’ en daaruit het onderdeel:

Religie als voorwaarde

In primitieve culturen was de mens als jager-verzamelaar in kleine groepjes gebonden aan de natuur. Bij de introductie van de landbouw wordt die natuurafhankelijkheid doorbroken. Door de beschikbaarheid van voedsel op een vruchtbare plek permanent veilig te stellen, kan de mens zich blijvend vestigen. Hij hoeft niet meer per seizoen te migreren of achter prooidieren aan te gaan. Grotere samenlevingen kunnen ontstaan in gebieden met rivieren en relatief weinig invloed van jaargetijden. De eerste tekenen van landbouw ontstaan in het Midden-Oosten, zo rond 9000 voor Christus. Er komt een begin van arbeidsdeling. Samenwerking en specialisatie bieden betere overlevingskansen.

Religie, los van een godsbegrip, voorzag de prille samenleving van een systeem van sociale regelgeving. Dit was ‘de’ beslissende voorwaarde voor het ontstaan en voortbestaan van samenlevingen.

Als de groep groter wordt, niet iedereen kent elkaar, is regelgeving noodzakelijk. Er is geen blauwdruk of pasklaar ‘organisatieconcept’. Ontegenzeglijk heeft religie hier een beslissende rol gespeeld. Een aantal redenen.

In tijden dat er nog geen geschreven wetsteksten werden uitgevaardigd, voorzag religie in een systeem van sociale regelgeving. Van de Tien Geboden hebben er acht betrekking op sociale regels, later in dit hoofdstuk meer hierover. 

Religie hielp de continuïteit te waarborgen, de groep is minder afhankelijk van wispelturige en sterfelijke leiders.

Voor velen is het bereiken van een hiernamaals de essentie, de vrees dit mis te lopen doet de mensen gehoorzamen. Het houdt de boel bij elkaar, de ideale burger ontstaat.

Omdat dit ‘geloof’ met ‘universele’ regels, normen en waarden ook buiten de directe kring werd aangehangen, konden ook onbekenden als geloofsgenoten vertrouwd worden. (Ook in mijn jeugd was dat nog zo, met het gezin op vakantie bij een gereformeerde broeder in Katwijk, dat was vertrouwd).

Permanente socialisering kan plaatsvinden in tempels en kerken. De samenleving kan groter worden. Gedragsregels zijn ter instandhouding van de groep ook gericht op goede werken en naastenliefde. Hierdoor ontstaat een gevoel van geborgenheid en is er minder angst om hulpbehoevend te worden.

Dit draagt dan weer bij tot saamhorigheid, een wij-gevoel, noodzakelijk voor een stabiele samenleving.

 

Terug naar het boek


Plaats je reactie direct hieronder: 

  • Meldt je aan met je eigen Facebook-, Twitter- of Google-account.
  • Je kunt je ook eenmalig aanmelden met je eigen e-mailadres