Waarom we gevoelig zijn voor nepnieuws en complottheorieën

1

Op Facebook en Twitter kom ik steeds vaker nepnieuws en complottheorieën tegen. 
Waarom? Voor de fun? Een verdienmodel? Kwajongens? Of gewoon onwetendheid? 
Dient het een politiek doel? Zijn het dan toch Russische trollen? 
Maar vooral: waarom trappen er zoveel mensen wel in? Niet normaal. 
De gevoeligheid voor nepnieuws en complottheorieën heeft ongetwijfeld tal van oorzaken. Voor mij is het de evolutionaire erfenis die de huidige mens nog steeds dwars zit.

Evolutionaire oorzaken

Het consequent afstand nemen van logisch denken lijkt op een terugval van het rationeel menselijk brein naar het zoogdierenbrein. Deze stelling verwijst naar de gedachte van ‘breinstapeling’. Een korte uitleg. 
Pakweg driehonderdduizend jaar geleden onderging de mens, een zoogdier, de mutatie van het geheugen. Op het ‘zoogdierenbrein’ kwam een ‘rationeel’ laagje, het menselijk brein. De Homo sapiens kan nu reflecteren, evalueren en dus ook anticiperen. De menselijke geschiedenis neemt een aanvang. 
Echter, dat ‘geheugen’ is leeg. Dat moet steeds opnieuw gevuld worden met taal en behendigheden om te kunnen overleven. Opvoeding en onderwijs zijn daarbij cruciaal. Een en ander hangt steeds af van omgevingsfactoren, het verklaart de ups en downs van de geschiedenis. 

‘De Evolutionaire Stempel’

Zo nu en dan is er vanuit het menselijk brein een terugval op het zoogdierenbrein. In mijn boek noem ik daarvan een zestal kenmerken, een aantal zijn ten aanzien van complotdenken aanwijsbaar van invloed. 

De mens is van oorsprong een ‘vluchtdier’

 Zonder klauwen of bijtkracht was het voor de primitieve mens slim om bij gevaar zo hard mogelijk weg te rennen. Echter, fysiek vluchten is niet meer aan de orde. In onze tijd komt dreiging in de vorm van slecht nieuws, nepnieuws en complottheorieën. Alarmerende boodschappen brengen de evolutionair bepaalde reflexen weer naar boven, de onweerstaanbare drang om onmiddellijk te reageren. Dit keer is het geen wegvluchten, maar waarschuwen en delen via de sociale media. Gezien de urgentie is er geen tijd voor nadenken of ook maar iets van waarheidsvinding. 

Er is een evolutionaire ‘angst voor vreemden’, dan wel ‘het vreemde’

Niet zo gek, in een oorspronkelijk vijandige omgeving moest de primitieve mens wel waakzaam en voorzichtig zijn. Evolutionair antropoloog Robin Dunbar deed onderzoek naar het maximum aantal relaties die een mens kan onderhouden. De bovengrens om ‘samen te leven’ is ongeveer 150, meer kan de neocortex niet aan. De vertrouwenskring van de mens is daardoor nogal beperkt,
‘vreemde’ mensen en ‘het vreemde’ zijn direct al bedreigend, je weet het maar nooit. 

De ‘kortetermijnvisie’

De primitieve mens keek niet verder dan de eerstvolgende maaltijd. Bij gebrek aan een koelkast en voorraadkamer had dat ook geen zin. Deze evolutionair meegegeven kortetermijnvisie breekt de moderen mens op, gebeurtenissen kunnen maar moeizaam in een bredere context geplaatst worden, nepnieuws en complotten worden willens en wetens niet herkend. 

Katalysator

Een zesde kenmerk, het testosteron, heeft hier een katalyserende werking. Ook dat  klopt, het zijn steeds of voornamelijk mannen in de vruchtbare periode van hun leven. 
De gevoeligheid voor nepnieuws en complottheorieën ontstaat door een combinatie van een ingeboren angst voor vreemden (dan wel het vreemde) en een reflex om onmiddellijk te reageren; een hardnekkige kortetermijnvisie kan dit niet meer corrigeren. 

‘De kwaliteit van samenlevingen is af te meten aan de mate waarin evolutionair gedrag is gekanaliseerd’

Ybo van den Beukel

 

Terug naar Home

Share.

Over de auteur

1 reactie

Wat vind jij ervan? Laat het maar weten

%d bloggers liken dit: