De EU

0

De EU wordt ervaren als een moloch, te groot, te bureaucratisch, te bepalend, te autoritair en vooral ondemocratisch. Een dergelijke versimpeling is gevaarlijk. 
Een anti-Europa stemming is begrijpelijk als je niet zichtbaar profiteert. Brussel is ver weg, wat moeten die lui van ons? Weten zij het soms beter?
Oorzaak is een ontstellend gebrek aan kennis over de EU. Dit essay poogt iets daarvan te herstellen.
Leestijd ca 12 minuten.

De oorsprong van de EU

‘Dit nooit weer!’. Samenwerking werd gezien als de enige manier om af te rekenen met een verregaand nationalisme. Want nationalisme had het continent vanaf de Frans-Duitse oorlog, 1871 en 2 wereldoorlogen met miljoenen doden geteisterd. Om de essentiële basis industrieën enigszins te reguleren, werd door West Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Luxemburg in 1951 de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Internationale conflicten over de toegang en verwerking van grondstoffen konden worden vermeden. Later werden ook de voedselvoorziening en de voedselveiligheid zeker gesteld. Dat smaakte naar meer, er komen landen bij. In 1957 wordt de EEG, Europese Economische Gemeenschap opgericht. Dat is  een douane unie: interne importheffingen vervallen, naar buiten is er sprake van een gemeenschappelijke tolmuur. Geleidelijk groeit het besef dat voor economische voorspoed over grenzen heen, een gemeenschappelijke markt noodzakelijk is, namelijk een vrije beweging van personen, arbeid, goederen, diensten en kapitaal. Een gelijk speelveld is daarbij essentieel. Dus ook een gelijkschakeling van allerlei zaken en voorwaarden, vast te leggen in een afdwingbaar rechtssysteem. Dan heb je het over arbeidsvoorwaarden, ARBO regels, productveiligheid, arbeidsmigratie en dat soort zaken. En ja, dat vereist bovenop de handelsafspraken ook een politieke samenwerking.

Oprichting van de Europese Unie

Een belangrijke stap werd gezet met de oprichting van de Europese Unie in het verdrag van Maastricht (1992). Om alle landen aan de afspraken te binden, was een gezamenlijk rechtssysteem noodzakelijk. Zo ver kwam het niet. Hoewel de politieke EU onder Nederlands voorzitterschap vorm kreeg, stemde ruim 10 jaar later in 2005 het Nederlandse volk in een referendum tegen een Europese Grondwet. Nadat ook het Franse volk in referendum tegen stemde, was de Grondwet definitief van de baan. Vanaf dat moment was de EU vleugellam. Het Verdrag van Lissabon (2009) was dan wel een noodzakelijke noodgreep, maar niet toereikend. De meeste bepalingen aangaande veiligheid, buitenlands beleid, juridische- en monetaire zaken, kwamen in Lissabon minder dwingend terug. 


Geen tanden

Na de bankencrisis van 2008 werd de (vleugellamme) EU voortdurend ingehaald door een aantal niet voorziene en moeilijk controleerbare ontwikkelingen. Het is zeker opmerkelijk, veelal toegeschreven aan het disfunctioneren, al deze problemen hadden toch echt een oorsprong buiten de EU: de kredietcrisis, de bankencrisis, de vluchtelingen, de economische arbeidsmigranten, Rusland en de Krim.
Alleen de Griekse crises komt voort uit intern falen. Echter, je zou hier ook kunnen zeggen dat door de afwijzing van de Grondwet in 2005, de instrumenten ontbraken om de Grieken in het juiste spoor te houden.

Organisatie 

De belangrijkste instellingen:

  1. Europees Parlement.
Binnen een democratie is de volksvertegenwoordiging het belangrijkste orgaan, zo ook hier. Het Europees Parlement wordt om de 5 jaar gekozen door de burgers van alle lidstaten. Landelijke politieke partijen hebben zich veelal tot fracties verbonden en trekken samen op. Het Europees parlement kan wetten, richtlijnen, verordeningen aannemen, wijzigen of verwerpen.
  2. De Europese Raad.
Dit is het hoogste orgaan en bestaat uit de regeringsleiders van alle lidstaten, ook wel genoemd de Europese Top. Zij bepalen het beleid, geven de impulsen en stellen prioriteiten vast.
  3. De Raad van Ministers.
Dit zijn de vakministers uit alle lidstaten. De samenstelling varieert dan ook aan de hand van de onderwerpen. Er zijn dus diverse ‘Raden van Ministers’, met dien verstande, dat als het een monetaire kwestie betreft, uiteraard alleen de landen die deel uitmaken van de Monetaire Unie hier deel van uitmaken. De Raad heeft (samen met het Parlement) de wetgevende taak. Hier komen de wetten, verordeningen en richtlijnen vandaan. De lidstaten leveren beurtelings per half jaar de voorzitter.
  4. Europese Commissie – dagelijks bestuur.
De Europese Commissie is belast met de uitvoering van de wetten, de controle en het toezicht daarop. De commissie bestaat uit commissarissen, een uit elke lidstaat. De commissie heeft het recht van initiatief en kan dus ook wetten voorstellen.
  5. Andere organen.
Hier ligt het zwaartepunt van de EU. Voor de uitvoering zijn er tal van comités, werkgroepen en ca 45 agentschappen, opgedeeld in 7 thematische subgroepen:
    cultuur en onderwijs (3 agentschappen);
    economie, energie en interne markt (15x);
    infrastructuur (5x);
    gezondheid en sociale zaken (7x);
    landbouw en milieu (4x);
    buitenland en defensie (3x);
    recht en veiligheid (8x).

Diplomatieke vestigingen
De EU beschikt verder over diplomatieke vestigingen in de hele wereld en is vertegenwoordigd in lichamen als de Verenigde Naties, WTO (World Trade Organisation), de G8 en de G20.

Bevoegdheden, de “macht van Brussel”

Voordat wordt geroepen ‘geen macht naar Brussel’, zul je je moeten afvragen over welke macht gaat het dan. Wat is dan die macht? Te onderscheiden zijn 3 typen bevoegdheden:

  • Er zijn 5 Exclusieve Bevoegdheden.

    Hier heeft de Europese Unie het echt voor het zeggen, de lidstaten moeten simpelweg uitvoeren. Dit zijn:
    1 douane unie mbt de gemeenschappelijke buitengrens;
    2 mededingingsrecht mbt de oneerlijke concurrentie;
    3 het monetair beleid, uitsluitend binnen de Eurozone;
    4 visserij mbt de instandhouding van de vispopulatie;
    5 gemeenschappelijke handelspolitiek mbt de Douane unie.
    Vooral dit laatste issue, de volledige zeggenschap over handelsverdragen werpt recentelijk nogal wat
    vragen op. Want naast de handelsovereenkomsten met betrekking tot de goederenstroom, gaat het ook
    meer en meer over diensten en geldzaken in de vorm van investeringen. Dat heeft ook een juridische
    implicatie over bijvoorbeeld de veiligheid en zekerheid van die investeringen. Maar het kan ook gaan
    over arbo voorwaarden. Wij willen niet dat onze T-shirts door kinderen gefabriceerd worden. In het geval
    van het associatieverdrag met de Ukraine ging het ook over de veiligheid en over het terugdringen van
    corruptie. 
  • Gedeelde Bevoegdheid.
    De meeste EU-bevoegdheden vallen onder een gedeelde bevoegdheid. Het gaat om een hele trits van zaken vooral met betrekking tot het scheppen van gelijke voorwaarden voor de interne markt en het brede gebied van de economische-, sociale- en territoriale samenhang. 
Deze bevoegdheden worden door de EU uitgegeven in ‘Verordeningen’ en ‘Richtlijnen’. De lidstaten beschikken over (voldoende!) middelen om invloed uit te oefenen op de tot de totstandkoming. Een richtlijn heeft, in tegenstelling tot een verordening, een mate van beleidsvrijheid. 
Dit komt door het ‘subsidiariteitsbeginsel’. Dat wil zeggen dat de Unie alleen in actie komt als Europese samenwerking doeltreffender zou zijn dan initiatieven van de afzonderlijke EU-landen. Degene die wel eens binnen de EU reist, herkent zeer zeker verschillen per land.
  • Ondersteunende Bevoegdheid. 

    Hier ondersteunt de EU het beleid van de lidstaten, die het hier onvoorwaardelijk zelf voor het zeggen hebben. Dit betreft meestal het stimuleren, coördineren en subsidiëren van volksgezondheid, industrie, cultuur, onderwijs, toerisme, civiele bescherming, administratieve samenwerking, etcetera.

Hoe belangrijk is de EU?

Meningen staan soms in schril contrast met de feiten. Bij een onderzoekje van De Telegraaf in april 2014 is een vraag: denkt u dat de EU op wereldniveau iets in de melk te brokkelen heeft?’ Hierop zegt 83% dat de EU geen rol speelt. Een behoorlijke misvatting, de EU heeft een binnenlands product van ongeveer 30% van het wereldtotaal en is daarmee leidinggevend. Groter dan de USA, China of Japan. Door deze gezamenlijke kracht, is de EU heel goed in staat de economie van alle lidstaten te behartigen en op te komen voor de individuele landsbelangen.

Huishoudboekje

Ongeveer 3/4 van de inkomsten wordt opgebracht door de lidstaten, gerelateerd aan draagkracht. Dat mag maximaal 1,23% zijn van het totale inkomen van de betreffende lidstaat.
De rest komt uit ‘eigen’ middelen zoals invoerrechten, landbouwheffingen en een vast BTW percentage.
In 2011 was het totale budget ca 130 miljard euro. Is dat veel? Valt mee. Dat is ongeveer 1% van het BNP, dus wat alle lidstaten samen in een jaar produceren. Zeker niet veel als je dat vergelijkt met het Nederlandse budget, dat is het dubbele, zo’n 262 miljard. Het nationale budget van alleen al Frankrijk is al 800 miljard.
De uitgaven vinden grotendeels plaats binnen en onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. De Europese rekenkamer oefent daarop controle uit.
Overigens, het oordeel van deze Rekenkamer is vaak negatief, er worden nogal wat fouten gemaakt bij de besteding. Zeker een punt van aandacht!

Bestedingen

Van het budget van 130 miljard gaat het grootste deel, ruim 40%, naar de landbouw en infrastructuur. Dat heeft nog steeds te maken met voedselveiligheid en vooral het zeker stellen van de voedselvoorziening. Destijds, nog in de Koude Oorlog, werd gestreefd onafhankelijk te blijven van Russisch, Zuid Amerikaans of Canadees graan. Bij de infrastructuur gaat het om de ontwikkeling van het platteland en arme regio’s. Dat wil zeggen de ontsluiting van achtergebleven gebieden en de bevordering van de werkgelegenheid.

Interne kosten

Er werken ca 55.00 personen bij de Europese instellingen, nog eens zo’n 33.000 bij de Europese Commissie,  6000 bij het Europees Parlement en 16.000 bij overige instellingen en agentschappen. In totaal ca 110.000. Ook hier de vraag, is dat veel? Niet echt, naar verhouding heel weinig eigenlijk. In Nederland, met een dubbel hoog budget, werken bij het rijk, gemeenten, provincies, waterschappen, onderwijs, politie, defensie, onderzoeksinstellingen en rechterlijke macht, bijna 1 miljoen ambtenaren.
Helaas, de EU is niet transparant, het exacte aantal medewerkers is niet echt duidelijk. Vanuit euro-sceptische hoek wordt dit direct en telkens uitgelegd als opzet, het moedwillig verborgen houden. In ieder geval, de kosten van de EU, administratie, salarissen van ambtenaren en huisvesting zijn ongeveer 7% van de begroting, dus ca 10 miljard. Dit is vergelijkbaar met de kosten van een administratie in menige lidstaat.
Overigens, deze 7 procent is ook in overeenstemming met de wettelijke eisen voor vaste ‘overhead’ kosten zoals wettelijk vereist bij liefdadigheidsinstellingen.
Kritiek op uitgaven zal er altijd zijn. Dat geldt zeer zeker voor de reiskosten van het Europees parlement tussen Brussel en Straatsburg. Dit heeft een historische oorsprong en verworvenheid, maar is achterhaald en verdient zeer zeker geen schoonheidsprijs. Maar om die reden dan meteen maar de EU af te wijzen is het kind met het badwater weggooien.

Kernprobleem

We leven in een geglobaliseerde wereldmarkt. Handel, geldstromen en arbeidsmigratie laten zich niet of moeizaam kanaliseren. Geld is als water, het zoekt de weg van de minste weerstand. Belangen, machtsstructuren en geld zijn wereldwijd verweven. Onze gepensioneerden zijn afhankelijk van beleggingen in economieën aan de andere kant van de wereld. Bedrijven als Google en Apple zijn groter dan nationale staten. Het globaliseringsproces is niet meer te stoppen.

Je kunt het ook zo zeggen: de EU is voor Nederland en voor Europa de ‘best mogelijke poging’ om enigszins de globalisering te kanaliseren. In dit perspectief is de EU niet alleen noodzakelijk, maar ook een een uitdaging.
=


 

Plaats je reactie direct hieronder:

  • Meldt je aan met je eigen Facebook-, Twitter- of Google-account.
  • Je kunt je ook eenmalig aanmelden met je eigen e-mailadres.