2. Homo Sapiens

0

2. Homo Sapiens

De ’survival of the fittest’ is ook in de moderne samenleving bepalend. 

2.1 In den beginne


– De oorsprong
Voor iemand die christelijk is opgevoed, op christelijke scholen heeft gezeten, was de goddelijke creatie een rotsvast gegeven. Zo stond het in de bijbel, daar mocht je niet aan twijfelen. En de schepping was in precies een week voltooid. Althans, dat geloofde je. Ouder geworden en door opleiding en ervaring wijs geworden, neemt langzaam maar zeker de ratio de plaats in van geloof. Het hemelse paradijs is weliswaar aantrekkelijk, maar niet te bewijzen. De logica van de ‘Grote Knal’ klinkt al wat beter als waarschijnlijke verklaring voor het ontstaan. Er blijft nog wel iets van een onzekerheid, want wie heeft er destijds een lucifer heeft bijgehouden? Blijft ook nog de vraag hoe uit het niets iets kan ontstaan? De wetenschap is er mee bezig, ik moet het er voorlopig mee doen.

Mijn betoog is dan ook gebaseerd op de Grote Knal en de mens als voortbrengsel. Het (primitief) menselijk gedrag is zo goed als één op één te verklaren vanuit evolutionaire processen. In de bijbeluitleg blijft het ‘goed’ versus ‘slecht’ hangen tussen een onbewijsbaar bestaan van godheid en duivel. Die weg ga ik niet in. 

In ‘Historica de Grote Atlas van de Wereldgeschiedenis’ (17), staat handig voor een goed overzicht een tijdlijn. Deze wordt vanaf de oerknal 13,7 miljard jaar geleden, als een volledig kalenderjaar tot aan het heden weergegeven. Het is nog net een fractie voor 00:00 uur, alle materie is samengeperst, er is geen ruimte, geen tijd, geen beweging, geen leven, er is ‘singulariteit’. En dan, in een ultrakorte flits van 10 tot de 32e seconde expandeert dit nulpunt met een factor van 10 tot de 30e in omvang. Ik heb geen idee hoe men dat heeft kunnen berekenen of beredeneren, hoe dan ook, het heelal is in wording. 

De jaarkalender laat heel goed de opeenvolgende gebeurtenissen zien. Zo wordt ergens in de maand mei ons zonnestelsel gevormd, in werkelijkheid is dat 4,2 miljard jaar geleden. 

Heel veel later, we zitten al diep in december, voor ons zo’n 20 miljoen jaar geleden, leefde in Oeganda de eerste mensachtige. Deze ‘Morotopithecis Bishopi’ wordt beschouwd als de gemeenschappelijke voorouder van zowel de mensaap als de mens. Eveneens in oost Afrika vinden onderzoekers overblijfselen van de eerste echte mensachtige, de Homo Australopithecus. Het is een vrouwelijk exemplaar en zij krijgt de bijnaam Lucy, naar het Beatle nummer ‘Lucy in the Sky with Diamonds’. Zij leefde circa 3 miljoen jaar geleden, op de jaarlijn is het inmiddels oudejaarsavond 10 uur. Naast Lucy zijn er wereldwijd sporen van nog zo’n tien tot vijftiental menselijke soorten gevonden, allemaal uitgestorven. 

Op oudejaarsavond vijf minuten voor middernacht vertrekt de Homo Sapiens vanuit Afrika. Sapiens, de ‘wijze’, dat zijn wij. Zo’n 80.000 jaar geleden begonnen onze voorvaderen aan hun wereldreis. Ongeveer 2000 generaties voor ons. De eerste ‘primitieve’ mensen zijn jager/verzamelaars. Als de directe omgeving onvoldoende oplevert, worden het seizoenmigranten, als vogels en roofdieren volgen zij hun voedsel. 

Interessant is het Genographic Project (18) van de National Geographic en IBM. Bij geïsoleerd levende volken wordt via zogenaamde ‘markers’ in het DNA nagegaan welke route de voorvaderen destijds vanuit Afrika hebben genomen. Markers zijn momenten van plotselinge of radicale veranderingen in de leefwijze, terug te zien in het DNA. Om het project te financieren kan iedereen tegen betaling zijn eigen DNA insturen, zo kun ook jij erachter komen hoe jouw reis vanaf de kribbe in Afrika naar je huidige woonadres is verlopen. Mijn wieg, dus ook die van mijn broers en zusters, stond circa 50.000 jaar geleden in oost Afrika. Via het Midden-Oosten en Turkije kwamen mijn voorouders 25.000 jaar geleden naar west Europa. 

Op het moment dat ik dit allemaal opschrijf in 2016, is er wederom sprake van een trek vanuit Afrika via Turkije naar Europa. Maar dan anders. 

Om één minuut voor middernacht, 26.000 jaar geleden, worden de eerste kunstwerken en grotschilderingen gemaakt. Wij weten door DNA-vergelijking dat in Europa en Azië de Homo Sapiens met die ene andere mensachtige, de Neanderthaler, heeft samengeleefd. Als de agrarische revolutie permanente vestiging mogelijk maakt, kan de menselijke geschiedenis steeds beter in kaart worden gebracht. Voedsel wordt verbouwd, dieren worden gedomesticeerd voor de melkproductie, de vleesvoorziening en gebruikt als lastdier. 

Het is nog steeds één minuut voor middernacht, de Neanderthaler sterft uit. De Homo Sapiens is de enig overlevende mensachtige soort, in vergelijking met de variëteit in andere diersoorten, heel bijzonder. We zijn alleen.

Dit boek, ‘De Evolutionaire Stempel’, is ten aanzien van menselijk gedrag een verwijzing naar de evolutie. We hebben allemaal ooit wel op school geleerd hoe het zit met de bloemetjes en de bijtjes. Bij deze nog even de grote lijnen. Het begrip ‘evolutie’ is onlosmakelijk verbonden met Charles Darwin (19). Diens opzienbarende boek ‘On the Origin of Species’ verscheen in 1859. De Nederlandse vertaling kwam 30 jaar later uit. Darwin beschrijft hoe de soorten veroordeeld zijn tot een ‘struggle for life’. Dat geldt voor mensen, dieren, insecten, planten, alles wat leeft. In de harde strijd om het bestaan, hebben de sterksten door aanpassing aan de natuurlijke omstandigheden meer kans op overleving en zijn aldus beter in staat hun genen door te geven. Dit noemen we de ‘survival of the fittest’, de motor daarbij is de overlevingsdrang. Overigens, de evolutieleer wordt veelal aangeduid als een ‘theorie’. Ten onrechte, het ìs geen theorie meer, ondanks pogingen konden bevindingen niet worden weerlegd, Darwin beschreef de werkelijkheid. Voor het optuigen van mijn betoog is het nuttig een viertal kenmerken te benadrukken. 

Ten eerste het doel. Door de overlevingsdrang hebben evolutionaire processen een neiging naar verbetering. In die ‘survival of the fittest’ zijn de sterksten beter in staat hun genen door te geven, dat is het doel. 

Echter, ten tweede, er ontbreekt een plan hoe dit doel te bereiken. Er is geen blauwdruk, evolutionaire processen zijn ongestructureerd. Er gaat dan ook veel ‘mis’, ziektes, virussen, homofilie, transgender, et cetera. In precies in die context moet de ‘toevallige’ mutatie van het menselijk geheugen gezien worden. De mens, als enige diersoort met een ontwikkeld brein, kan nu reflecteren, evalueren en anticiperen, hij is niet meer afhankelijk van natuurlijke omstandigheden.

Ten derde, evolutionaire processen zijn niet direct zichtbaar. Veranderingen, aanpassingen spelen zich af over een lange periode. Ik kom het nogal eens tegen in discussies, de huidige mens ziet zichzelf niet (meer) als evolutionair voortbrengsel en ook de klimaatproblematiek valt buiten het kortetermijnperspectief. Dat is allemaal te ver weg. 

Tenslotte, de evolutiegedachte staat volkomen haaks op het bijbelse scheppingsverhaal, ‘On the Origin’ had een niet te onderschatten impact, de denkwereld verandert definitief. Het is het sluitstuk van de Verlichting. 

– Geheugen, bewustzijn
Het oorspronkelijk primitief overlevingsinstinct werd langzaam maar zeker voorzien van een ‘geheugen’, dat was de beslissende mutatie in de menselijke geschiedenis. Het was de ommekeer, zonder geheugen waren we nog steeds jager/verzamelaar. De mens kan nu nadenken over wat en wie hij is. Met het geheugen ontstond tegelijkertijd een ‘bewustzijn’, een geweten. ’Sapiens’ betekent niet voor niets verstandige of wijze, wij zijn de ‘wetende mens’.

Door de mutatie van het geheugen werd door de mens de evolutionaire planloosheid doorbroken. Eerdere situaties kunnen nu worden gereflecteerd, via een leerproces geëvalueerd en vervolgens kan men anticiperen op de toekomst. Gezien de verspreiding over de wereld, is dat aardig gelukt. 

Het menselijk geheugen is enigszins te vergelijken met de wisselwerking tussen het RAM-geheugen en de harddisc in een computer. Het RAM-geheugen, het random access memory, zorgt voor het opstarten, de directe aansturing en de toegang tot de harde schijf. Bij mensen is dat het sensorisch brein voor de regulering van de minimale basisfuncties, zoals de onwillekeurige spieren, de hartslag, de zintuigen en de instincten. Hier voelen wij honger, willen wij eten, slapen, voortplanten, een nestje bouwen; hier functioneert ons lichaam, dit is het op overleving gericht gedrag. 

In ons geheugen, vergelijkbaar met de harde schijf, kunnen we informatie voor de langere termijn opslaan. Heel handig, die informatie kan selectief worden teruggehaald. Door een vergelijk te maken met eerdere gebeurtenissen, is er sprake van een leerelement, we kunnen steeds beter anticiperen op toekomstige situaties. Deze zogenaamde cognitieve vaardigheden bepalen het menszijn, de mate en wijze waarop kennis en informatie wordt opgenomen en verwerkt. Het onderscheidt de mens van dieren.

Een geheugen kan heel goed getraind worden. Dus meer onthouden dan een simpel boodschappenlijstje. Joshua Foer (20) beschrijft in zijn boek ‘Het Geheugenpaleis’ diverse technieken. 

Echter, het geheugen is ook fragiel. Bij ouderdom kan informatie soms moeizaam of helemaal niet meer worden teruggehaald. Dan spreken we over vormen van dementie, Alzheimer. Maar ook aangeboren, hetzij door beschadiging, kunnen hersenen soms niet goed functioneren. In het tv-programma ‘De Wereld Draait Door’ (3 oktober 2012) is Maurice Deelen te gast, medaillewinnaar op de Paralympics. Maurice kreeg tien jaar eerder een hersenbloeding, als gevolg daarvan heeft hij een kortstondig geheugen van maximaal twee tot drie dagen. Om te overleven staat zijn pc vol met informatie, gerangschikt in belangrijkheid met de namen en gegevens van zijn vrouw, dochter, huisadres en een omschrijving van de kamers. 

– Voortplanting en samenleving
Traditioneel leven man, vrouw en kinderen samen in een kerngezin. Voor ons een vast gegeven, we weten niet beter. Echter, onze manier van samenleven had zich in een ongestructureerde overlevingsdrang op geheel ander wijze kunnen ontwikkelen. Een opmerkelijk fenomeen is te zien bij vliesvleugeligen, dat zijn onder andere wespen, bijen en mieren. In dergelijke populaties komen grote aantallen onvruchtbare werksters voor, zij kunnen geen eitjes leggen. Maar als zij niet kunnen reproduceren, wat voor nut hebben zij dan? Hoe kunnen deze onbaatzuchtige exemplaren toch een bijdrage leveren en hun genen doorgeven? In mensenogen is hier de voortplantingsdrang en bijgevolg de manier van samenleven, gebaseerd op een extreem ‘altruïsme’, dat wil zeggen het wegcijferen van het individu door het ten dienste staan van anderen. Het is het tegenovergestelde van egoïsme of hebzucht. 

W.D. Hamilton (21) publiceerde in 1964 ‘The Genetical Evolution of Social Behaviour’. Het was een toonaangevende studie over de genetische evolutie van sociaal gedrag. Omdat werkbijen zich niet kunnen voortplanten, had het geen enkele zin het onderzoek te richten op individuele organismen. Het vizier werd daarom gericht op de bijenbevolking als geheel. Dan blijkt dat onvruchtbare vrouwelijke vliesvleugeligen hun kans op voortplanting vergroten via hun koningin. Zij stellen hun eigen moeder in staat om als voortplantingsfabriek heel veel meer nakomelingen te produceren dan dat zij zelf ooit zouden kunnen. Voor het voortbestaan van de soort is dit efficiënt. Hamilton noemde dit de ‘kin selection’, de verwantschapsselectie. Het werkt als een optelsom. Elke nakomeling heeft 50 procent genetische verwantschap van zowel de moeder als de vader. Dat geldt voor alle broertjes en zusjes. Indien nakomelingen via een lopende band door een koningin-moeder geproduceerd worden, dan hebben alle halfzusjes en halfbroertjes elk 25 procent genetisch materiaal gemeen. Twee halfbroertjes wegen dan op tegen een volle broer en met heel veel meer halfbroertjes en halfzusjes uit de voortplantingsfabriek zit de populatie in de plus. En daar gaat het om, het is voor bijen en mieren de meest efficiënte manier van overleving. 

Had het bij de mens anders kunnen zijn? Misschien wel, want als je de film van de evolutie terugspoelt en opnieuw afdraait, is de uitkomst telkens anders. Onze sociale verhoudingen, hoe mannen, vrouwen, LHBT’ers met elkaar omgaan, onze voortplanting, de huwelijkse staat, hadden zich op een andere wijze kunnen ontwikkelen. 

Er zijn aanwijzingen dat er ten tijde van de jagersverzamelaarperiode er ‘matriarchale’ samenlevingen voorkwamen. Matriarchaal wil zeggen dat vrouwen op basis van moederschap domineren. Niet geheel onlogisch gezien de natuurlijke omstandigheden, je kunt je voorstellen dat de man voor het voedsel moest zorgen en om die reden veelal buitenshuis verbleef. De vrouw was verantwoordelijk voor de reproductie, de opvoeding en had daarmee een doorslaggevende functie voor het voortbestaan van de groep. Waarschijnlijk was de identiteit van een biologische vader in een dergelijke samenleving onbelangrijk. Eigendom en bezit waren nog geen issue, de zekerheid van het vaderschap was niet noodzakelijk. Uiteraard, dit is speculeren, ik wil slechts aantonen dat het anders hàd kunnen zijn. 

De mutatie van een geheugen is de eerste mijlpaal in de menselijke geschiedenis, de agrarische revolutie is de tweede. Vanaf die periode wordt het samenleven anders. Met de introductie van de landbouw en veeteelt, ontstonden bezit en eigendom, bepalend voor de verdere geschiedenis van de mensheid. De boer in spé plaatst een hek om het vruchtbare stukje grond, hij meldt het perceel aan bij het kadaster. De testosteron man gaat met groot enthousiasme zijn territorium verdedigen. En als het lukt verder uitbreiden. Een volgende stap is het regelen van de erfopvolging. Als de zoon van de vader gaat erven, dan moet er zekerheid zijn ten aanzien van het vaderschap. We gaan over naar de patriarchale samenleving. De erfopvolging verloopt nu via de mannelijke lijn en voor de zekerheid wordt de vrouw verbonden aan een enkele man. Om dat te bezegelen, dient het huwelijk te worden vastgelegd in verbintenissen. Wereldwijd wordt de patriarchale samenleving de norm. Het blijkt voor de mens een effectieve maatschappelijke structuur.

2.2 Evolutionaire erfenis


– Evolutionaire kenmerken
De mens is een evolutionair voortbrengsel. De overlevingsdrang, de primaire levensbehoeften kunnen binnen kleine leefgemeenschappen prima worden vervuld. Men is afhankelijk van elkaar, men vertrouwt elkaar, iedereen kent iedereen. Wereldwijd zijn er nog zo’n 100 min of meer geïsoleerd levende bevolkingsgroepen, vooral in de wildernis van het Amazonegebied, Nieuw-Guinea, Maleisië en centraal Afrika, allemaal kleine gemeenschappen. 

De eerste grotere samenlevingen konden ontstaan na de introductie van de landbouw, ruim 10.000 jaar geleden. Hoe ging die overgang van jager/verzamelaar naar agrariër in zijn werk? Hoe verliep dat proces? Samenleven en optrekken met veel onbekenden in grotere leefgemeenschappen moest de mens nog leren, dat is van een geheel andere orde. 

De vliesvleugeligen, de mieren en bijen, leven samen op basis van altruïsme. Menselijke samenlevingen zijn niet die richting opgegaan. Mensen zijn individuen, niet gelijk en niet eenduidig, ze zingen niet hetzelfde lied. Samenwerking komt pas in zicht als daarmee ook een persoonlijk belang wordt gediend. Zeker, de mens verandert in de tijd, zowel fysiek als in zijn denkwereld. Desondanks zijn er een aantal evolutionaire kenmerken die tot op de dag van vandaag nog steeds een stempel drukken. Uitingen van gedrag, oorspronkelijk bedoeld om in primitieve omstandigheden te overleven, worden in de moderniteit een obstakel, het is onze erfenis. Ik ga er straks zes benoemen, het hadden er twee kunnen zijn, het is mijn keuze. Voor een verklaring van het menselijk gedrag kom je met (sociale) ongelijkheid en testosteron al een heel eind. Ik voeg ter verfijning er nog vier aan toe: planloosheid (normloosheid valt onder dezelfde noemer), kortetermijnvisie, de mens als vluchtdier en angst voor vreemden. 

Op dit lijstje komt ‘hebzucht’ niet voor. Hebzucht is niet evolutionair bepaald, het is een sociale eigenschap gerelateerd aan bezit. Draai het om, als hebzucht een evolutionair kenmerk was geweest, hadden er dan sowieso samenlevingen kunnen ontstaan? Want ongebreidelde hebzucht zal tot een permanente strijd leiden. Echter, de geschiedenis wijst uit dat de menselijke ‘struggle for life’ niet is geëindigd in chaos

.– 1e kenmerk: Ongelijkheid
We moeten weer even terug naar de oorsprong zo’n 13,7 miljard jaar geleden. Op het moment van de ‘Grote Knal’, in die ene milliseconde van expansie, ontstaat ook ongelijkheid. Ruimte en tijd impliceren ‘beweging’ en het overbruggen van ‘afstand’. Dichtbij en verder weg zijn niet hetzelfde, eerder en later zijn ook niet hetzelfde. Binnen deze ruimte en tijd kunnen de evolutionaire processen plaatsvinden. 

Het gaat hier over ongelijkheid in de biologische sfeer, geboorte, groei, voortplanting en sterven binnen de context van de survival of the fittest, de levenscyclus. Als mensen gaan samenleven, wordt deze biologische ongelijkheid doorgetrokken naar een door mènsen gecreëerde sociale ongelijkheid: de verdeling van bezit, kennis, macht, rechten en plichten van zaken die belangrijk worden geacht in een specifieke samenleving. 

Dit zijn precies de onderwerpen van Karl Marx met het historisch materialisme en de vier essentiële gebieden van Goudsblom. De menselijke geschiedenis is de geschiedenis van de sociale machtsverhoudingen. 

Sociale ongelijkheid, de mens heeft het er nog steeds moeilijk mee.

– 2e kenmerk: Planloosheid
We zagen eerder dat ‘evolutie’ weliswaar een doel heeft, leven en overleven, maar dat er geen blauwdruk of vooropgezet plan bestaat. Als tweede kenmerk noem ik dan ook ‘planloosheid’. De treffende uitspraak van Stephen J. Gould (1) wil ik je niet onthouden: ‘Als je de film van de evolutie terugspoelt en opnieuw afdraait, zal de uitkomst telkens anders zijn.’ Dit raakt de kern, de menselijke samenleving had net zo goed de kant van de vliesvleugelen op kunnen gaan. Redeneer nog maar even door, dat ik besta is slechts toeval. 

Er is een bijkomstigheid. En niet onbelangrijk. In een planloos proces kunnen geen normatieve vragen gesteld worden. Zonder een plan kun je de mate van voortgang niet afvinken, kan het resultaat niet worden beoordeeld. Met andere woorden, evolutionaire processen kun je niet beoordelen als voldoende, slecht, mooi of lelijk, dat zijn kwalificaties van mensen met een geheugen. Plan- en dus ook normloosheid, staan op gespannen voet met het menselijk geheugen. Want reflecteren, evalueren en anticiperen, impliceert wèl een plan. De smaak en opmaak is dan weer afhankelijk van een door mensen opgetuigde heersende cultuur. Als ik in Saudi-Arabië was geboren had ik me normatief anders gedragen en ging ik anders gekleed. 

De moderne mens worstelt nog steeds met een plan- en normloosheid. Dat kan gaan over simpele gedragingen in het dagelijks leven, in het verkeer, op het voetbalveld. Maar het kan ook gaan over serieuze aangelegenheden. De terugkerende vraag: ‘wat is de zin van het leven’ kan door de rationele mens niet afdoende worden beantwoord. Behalve de overlevingsdrang, is er geen ‘zin’. 

De planloosheid heeft in evolutionaire processen een scala aan ‘probeersels’ tot gevolg. Het kan niet altijd bingo zijn. Er gaat dan ook heel veel niet goed (in mensenogen). Soorten ontstaan, kunnen het niet bolwerken en sterven uit, van de dino tot de dodo. Een hele reeks mensachtigen hebben het ook niet gered. Behalve dan de homo sapiens. Griep, ontstekingen, virussen, et cetera noemen wij ‘ziektes’. Het zijn in feite evolutionaire probeersels. De stand van de wetenschap en de kwaliteit van samenlevingen met betrekking tot hygiëne is dermate gevorderd dat veel van deze ‘ziektes’ onder controle zijn. Maar ook weer niet, getuige SARS, Ebola, de lijst is eindeloos en diverse vormen van kanker, het syndroom van Down, aangeboren hersenbeschadigingen, alzheimer, ALS, et cetera. En wat te denken van LHBT, lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender? Is het een ziekte of een ‘probeersel’ van onbedoelde processen?

Het feit dàt LHBT bestaat en al die andere ‘ongeneeslijke ziektes’, zou nooit mogen ontaarden in discriminatie, maar zou juist een enorme geruststelling moeten zijn, het is namelijk een bewijs dat evolutionaire processen nog steeds gaande zijn. Het leven is niet gestopt, het gaat door.

– 3e kenmerk: Kortetermijnvisie
Een ‘visie’ impliceert het hebben van een idee over de toekomst, het maken van een plan voor morgen, volgende week, volgende maand. Hoe zat dat ooit bij de primitieve mens? Voedsel en veiligheid moesten in het harde bestaan worden zeker gesteld, de prioriteit lag bij de eerstvolgende maaltijd en bij gebrek aan een koelkast of freezer, had men een visie van hooguit enkele dagen. De eigenschap ‘lange termijnplanning’ was niet nodig, hoefde in een ongestructureerde en planloze situatie ook niet te worden meegegeven. Als derde kenmerk noem ik de ‘kortetermijnvisie’.

Door de mutatie van het geheugen en de introductie van de landbouw verandert er wel iets, de termijn wordt opgerekt, het gaat nu om groeiseizoenen, enkele maanden, misschien wel een jaar. In onze moderne samenleving verschuift het toekomstperspectief naar ongeveer dertig jaar, de economische levensduur van door mensen ontworpen infrastructurele werken. Zeg maar de duur van een hypotheek. Met de evolutionair meegegeven kortzichtigheid heeft de mens het nog steeds moeilijk. Dat breekt op bij de discussies over de klimaatproblematiek. 

Een visie is echter meer dan uitsluitend vooruitkijken, verleden, heden en toekomst zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Bij het ontstaan van het menselijk geheugen noemde ik al het voordeel van een leervermogen, het reflecteren, het evalueren en het anticiperen. In velerlei opzicht blijkt de mens hardleers. Van fouten in het verleden wordt niet goed of nauwelijks geleerd. Ik heb me dikwijls afgevraagd wat daarvan de oorzaak is. Is het een gebrek aan belangstelling? En bijgevolg een gebrek aan kennis? Of is het daadwerkelijk de evolutionaire kortetermijnvisie en moet de mens op dit gebied nog leren? 

Ik zie het om me heen, de focus ligt voornamelijk bij de waan van de dag. Bepalende gebeurtenissen, zelfs uit een zeer recent verleden, kent men niet of worden afgeserveerd als zijnde niet ter zake. Dat geldt voor de evolutietheorie, het verschijnsel religie, de koloniale periode, Wereldoorlog II, de ontstaansvoorwaarden van de EU, de sociaaldemocratie, de bankencrisis, de oorzaak van de stroom asielzoekers en nog wat zaken. Voor mij een voorwaarde, onze samenleving kan uitsluitend begrepen worden aan de hand van eerdere gebeurtenissen. Dat is de sociogenese, de sociale erfelijkheidsleer. 

– 4e kenmerk: De mens als vluchtdier
In de natuur is het eten om gegeten te worden. In die cyclus zat ook ooit de primitieve mens gevangen. Om te kunnen overleven moest je wel voortdurend bedacht zijn op gevaar. Ter verdediging is het dan handig om bij het minste of geringste direct op de vlucht te slaan. Als je niet beschikt over klauwen, een pantser, of schutkleuren wil je bij dreiging zo snel mogelijk wegwezen. 

Echter, de huidige mens leeft niet meer in de natuur. Het gevaar komt niet meer van grote roofdieren, maar van soortgenoten: ‘de mens is de wolf van de mens’. Wat dat aangaat is er overigens goed nieuws, er is steeds minder kans op fysiek geweld, cijfers wijzen dat uit. De afgelopen 75 jaar hebben we het in ons deel van de wereld aardig voor elkaar. Geweld is weliswaar niet volledig uit te sluiten, maar werd in vergelijking met een niet al te ver verleden tot een minimum teruggebracht. Wij worden inmiddels beschermd door wetten en de overheid heeft het geweldsmonopolie. Toch is het vluchtgedrag nog volop aanwezig in de mens. Alleen niet fysiek, het gevaar manifesteert zich ditmaal in de vorm van dreigend nieuws, alarmerende boodschappen dat onze verworvenheden gevaar lopen, de tsunami van asielzoekers, de islamisering, Soros, de Marokkanen, noem maar op. Hier komt nog eens bij dat de nieuwsvoorziening grotendeels plaatsvindt in een commerciële context. Negativiteit verkoopt beter en levert dus meer geld op. Het is dan ook niet zo vreemd dat we worden overladen met ellende en allerlei problemen. Als je echt gaat denken dat asielzoekers verkrachters zijn en onze huizen inpikken, ja dan ga je rennen. Fysiek wegvluchten heeft hier geen zin, maar je moet wel ìets doen, de toekomst staat op het spel. De enige mogelijkheid is om je heen meppen en delen op Facebook en Twitter. Het is zoiets als een alarmsignaal, de meeste dieren doen dat. Waarschuwen en dreigen zijn evolutionair gezien sowieso voordeliger dan meteen maar op leven en dood te vechten. 

– 5e kenmerk: Angst voor vreemden
Evolutionair psycholoog Robin Dunbar (22) kwam tot de conclusie dat een mens maximaal met 150 anderen kan samenleven. Meer ‘vertrouwensrelaties’ kan men niet aan. Dat is biologisch bepaald, de hersenen zijn gewoonweg te beperkt. Dit fenomeen staat bekend als ‘Dunbars number’. Andere wetenschappers komen tot een soortgelijke conclusie. Er is een lineair verband tussen de grootte van de neocortex en de grootte van de leefgroep. 

In de tijd van de jager/verzamelaars ging het steeds om groepen met een beperkt aantal deelnemers, hoogstwaarschijnlijk minder dan 150. Een grotere cortex was helemaal niet nodig. Een cruciaal punt: de mens is van oorsprong niet behept om met velen samen te leven! Want stel dat Dunbar gelijk heeft, hoe konden er dan überhaupt grotere samenlevingen ontstaan? Anders gezegd, hoe kunnen ook onbekenden tot op zekere hoogte worden vertrouwd? Voor vrijwillige naleving is minstens een wij-gevoel of zoiets als een gedeelde cultuur, een erfelijk koningshuis of een charismatisch leider noodzakelijk. Dat kan uitsluitend binnen een door mensen overeengekomen sociale beheersstructuur. Hierop voortbordurend kom je vanzelf uit bij de belangrijkste bindende factor: religie. Bij het ontstaan en het voortbestaan van grotere samenlevingen, speelde religie een beslissende rol door via het geloof te voorzien in een mate van algemeen vertrouwen. Acht van de tien bijbelse geboden zijn sociale regels. Door eensgezindheid over normen en waarden via een gedeeld geloof, kunnen ‘onbekenden’ nu ook worden vertrouwd. Iedereen deelt hetzelfde normatief kader, religie is dan ook wereldwijd hèt bindingselement. 

Ik maak hier een sprongetje naar de 19e eeuw, het is een voorbode van wat straks nog komt. Je kunt zeggen dat in het vervolg van de Verlichting het liberalisme dit geloofs adagium wist te vervangen door het seculiere: ‘mijn vrijheid stopt waar die van jou begint’. Religie is dan niet meer het enige bindingselement, ook op grond van de klassieke liberale uitgangspunten kunnen onbekenden worden vertrouwd. De bijbel kan worden ‘herschreven’ in wereldlijke grondwetten en inmiddels leven we nu samen met zeer veel onbekenden binnen de rechtsstaat, een door allen onderschreven ‘sociaal contract’.

Nog een sprongetje. Aan het begin van deze eeuw ontstaat onvrede. Heb ik al iets over geschreven. Religie was met de ontkerkelijking al grotendeels weggevallen, echter door het populisme en ultrarechts brokkelt nu ook vertrouwen in het sociaal contract af. Er wordt in toenemende mate aan de stoelpoten van zekerheden gezaagd, onder andere aan die van de Trias Politica. Bij een toenemende ondermijning van de rechtsstaat zullen de in het verleden opgebouwde zekerheden binnen een sociaal contract wegvallen. Gevolg is dat de angst voor vreemden dan evenredig zal toenemen.

– 6e kenmerk: Testosteron, verbetering
De motor van de overlevingsdrang is het ‘testosteron’. Dit typisch mannelijk hormoon manifesteert zich vooral in de leeftijdscategorie tussen de 15 en 50 jaar. Mannen in deze productieve periode van hun leven, hebben onze samenleving gevormd. Het zijn dan ook altijd mannen die de wereldzeeën bevaren, die risico nemen, die strijd voeren. Zoals Darwin het stelde, de sterksten kunnen zich beter aanpassen en zijn zo beter in staat hun genen door te geven aan volgende generaties.

Testosteron wordt vaak geassocieerd met machogedrag, agressiviteit, dominantie en statusverwerving. Dat is de negatieve kant, de positieve uitwerkingen zijn talrijker en belangrijker, het droeg bij aan ons voortbestaan. Uitstijgend boven het individuele haantjesgedrag, zijn dominante mannen goed in staat de eigen groep te beschermen. Maar het kan ook goed fout gaan. Het testosteron is in die zin eveneens de algemene deler voor de nazipraktijken in WO II, het gedrag van de noord Afrikanen in Keulen op oudejaarsavond, de voetbalhooligans in Rome, de #MeToo daders, de wandaden van de Islamitische Staat. Alleen het waarom, de motivatie, is telkens anders. De oorzaak van goed of slecht gedrag hangt af van omgevingsfactoren, de opvoeding, opleiding, foute vrienden en ideologie. Het testosteron is daarbij de katalysator, van invloed op alle hierboven genoemde kenmerken. Gelukkig meestal met een positieve uitwerking. 

Gedragsbeheersing is noodzakelijk, de kwaliteit van een samenleving is af te meten aan de mate waarin evolutionaire kenmerken, met name het testosterongedrag, gekanaliseerd is.

– Steenbergen
De beelden zullen weinigen zijn ontgaan, die inspraakavond in Steenbergen ergens in oktober 2015. De gemeente poneert een plan voor de opvang van 600 asielzoekers. Nadat iemand zich hakkelend had uitgesproken tégen het opnemen van vluchtelingen, want dat zijn verkrachters, dat zijn criminelen, dat zijn moslims en die spugen ook nog een keer op niet moslims, hield een dame een betoog vòòr de komst van asielzoekers. Even later klonk het uit vele mannenkelen ‘daar moet een piemel in’. Misschien ietwat gechargeerd, deze gebeurtenis is een dankbaar voorbeeld voor de evolutionaire stempel.

Het is een kwestie van ‘wij’, versus ‘zij’. En ‘zij’ die anderen kunnen uiteraard niet aan ‘ons’ tippen, de sociale ongelijkheid op en top. 

Aangaande het fenomeen asielzoekers is er duidelijk sprake van een kortetermijnvisie, het niet kunnen of zelfs willen plaatsen van migratie in een breder historisch perspectief. Als daadwerkelijke oorzaken, zoals het kolonialisme niet in ogenschouw worden genomen, leidt dat automatisch tot planloosheid. Het hoogst haalbare zijn dan niet werkbare oplossingen: ‘als ze niet komen is er geen probleem’, dan wordt het grenzen dicht.

De asielzoekers zijn niet van hier, het zijn onbekenden, de primitieve angst voor vreemden is hier navenant aanwezig. Men kent ze niet eens, dus worden ze op een hoop gegooid, het zijn allemaal moslims. 

Probleem is de constante stroom van ‘bedreigend’ nieuws, stelselmatig versterkt in de social media. De eigen welvaart zou wel eens in gevaar kunnen komen. Logischerwijze ontstaat er alertheid. Er moet iets gedaan worden. Fysiek vluchten is geen optie, zeker niet als je in Steenbergen woont, vluchtgedrag gaat direct over in luidruchtig afwijzen. 

Het punt wordt bereikt, impulsief evolutionair gedrag kan niet meer worden beheerst. De omgevingsfactoren doen het testosteron niveau tot grote hoogte stijgen. Inderdaad, het waren allemaal schreeuwende mannen in de productieve periode van hun leven.

2.3 De kwestie van de sociobiologie


– ‘Nature’ of ‘nurture’
Fysieke kenmerken, als huidskleur, haar, ogen, lengte, et cetera, worden via de genen op volgende generaties overgebracht. Dat ligt besloten in het evolutionaire proces, dat is de ‘nature’. Ook de hersenen, het omhulsel van het geheugen, de ‘denkmogelijkheid’, worden overgedragen. Maar is er ook overdracht van ‘wat’ wij denken? Is herseninhoud erfelijk? 

De laatste jaren is er enorme vooruitgang geboekt, allemaal te lezen in ‘Wij zijn ons Brein’ van Dick Swaab (23). Het is vooral een technisch verhaal hoe zich een en ander in onze bovenkamer voltrekt, echter, Swaab laat niet zien waaròm we handelen zoals we handelen. 

De gedachte dat het sociaal gedrag via de genen kan worden doorgegeven en dus erfelijk is, komt in de buurt van wat ook wel wordt genoemd de ‘sociobiologie’. De grondlegger van deze gedachte is Edward Osborne Wilson (24). Opvoeding wordt in deze zienswijze als factor voor gedrag weliswaar niet geheel en al uitgesloten, het zwaartepunt in de argumentatie ligt bij de erfelijkheid. 

Een andere interessante visie wordt uitgedragen door de evolutiebioloog Richard Dawkins (25). Hij introduceert voor de culturele overdracht het begrip ‘meme’. Het zijn niet de biologische ‘genen’, maar vergelijkbare culturele ‘memen’ die binnen een samenleving de heersende cultuur overdragen. 

En er zijn nog wel meer wetenschappers die eenzelfde nadruk leggen. Zo is Herbert Spencer (26) pionier van het zogenaamde sociaal darwinisme, de toepassing van de evolutietheorie op de menselijke maatschappij. Je kunt het verwachten, in die visie komen ook in sociaal opzicht de sterkeren bovendrijven. De biologische ongelijkheid wordt als het ware in een sociale ongelijkheid geprojecteerd, terug te zien in het ‘laissez faire’. Spencer schreef ook politieke werken, hij is een toonaangevende liberale denker. 

Ik kom aan mijn punt. De gedachte dat sociaal gedrag erfelijk is, dat biologische ongelijkheid bepalend is voor sociale ongelijkheid, is een opmaat voor een waarschuwing. 

Het is het gelijkstellen van biologische ongelijkheid aan sociale ongelijkheid. Het wij versus zij, waarbij ‘wij’ uiteraard superieur zijn, leidt onherroepelijk tot een reeks van irrationele denkwijzen en wishful thinking bij groter wordende bevolkingsgroepen. Om de overdracht van sociale verworvenheden als intelligentie en criminaliteit als erfelijk toe te schrijven aan ‘nature’, is gevaarlijk. 

Mijn vrees is de volgende stap, de genetische manipulatie. Dat gaat verder dan sturing van het aantal geboortes of homeopathische verdunning. Dan wordt het morrelen aan het DNA via CRISPR/cas9, of zelfs het klonen van mensen. 

Er zijn politici die hier willens en wetens mee aan de haal gaan. Ik huiver bij de gedachte dat partijen met een dergelijke zienswijzen het ooit voor het zeggen krijgen. Want genetische sturing van gedrag is de mens niet vreemd. Dr. Mengele was er in Wereldoorlog II al mee bezig. En we weten al heel lang dat door het kruisen van eigenschappen het gedrag van dieren kan worden beïnvloed. Paarden, koeien werden al duizenden jaren geleden gedomesticeerd en het waren de duivenfokkers die Darwin op het idee van genenoverdracht brachten. En iets dichter bij huis, wij ‘creëren’ nog steeds ‘to our liking’ onze dierlijke vrienden op bestelling, grote, kleine, vecht en schoothonden in alle mogelijke kleuren en zelfs zonder staart om de glazen op de salontafel te sparen. 

Het zal allemaal wel, maar genetisch ingrijpen bij mensen met als doel het menselijk DNA te wijzigen? Het lijkt nog even een stapje te ver. Voortkomend vanuit goede bedoelingen en ten faveure van een algemene fysieke gezondheid, kun je een aanpassing van het DNA nog wel te billijken. 

Intussen komt het gevaar uit een andere hoek, de algoritmen en de Artificial Intelligence, manipuleerbare beïnvloedings instrumenten op ons denken. Laat dat nooit een wapen worden van kwaadwilligen. 

=

De strekking van dit hoofdstuk:
Je moet weten wat de evolutieleer ongeveer inhoudt. Het is het alomvattende mechanisme van de levensdrang, de ‘survival of the fittest’. Dat is het doel, maar er is geen plan, geen blauwdruk. En planloosheid betekent ook normloosheid. Door een mutatie (evolutionair probeersel) kon de ‘homo sapiens’ zich met een geheugen verder ontwikkelen. Menselijke samenlevingen hadden er anders uit kunnen zien: ‘spoel de film van de evolutie terug en speel opnieuw af; de uitkomst zal telkens anders zijn.’
Er zijn een zestal ‘primitieve’ kenmerken die de huidige mens nog steeds dwars zitten, het is onze evolutionaire stempel

De eerste reactie moet ik goedkeuren, dat kan dus even duren, maximaal een halve dag.
Daarna zal het systeem jouw e-mailadres verder herkennen.

 

 

Reacties zijn gesloten.